Ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het COVID-19-beleid

6 mei 2020
Actiedomein: Onderwijs
Discriminatiegrond: Handicap
Bevoegdheidsniveau: Vlaamse Overheid

Samen met het Steunpunt voor Inclusie en met de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent werkte Unia 10 concrete suggesties uit om beter rekening te kunnen houden met leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften in het COVID19-beleid op vlak van onderwijs.

Ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het COVID-19-beleid

Langs verschillende kanalen krijgen we het signaal dat de ondersteuning die in de COVID19-crisis geboden wordt heel uiteenlopend is, van scholen die het heel goed doen tot ondersteuning die helemaal uitblijft. Er zijn ook signalen dat voorrang gegeven wordt aan het inzetten van ondersteuners in het buitengewoon onderwijs ten koste van ondersteuning in het gewoon onderwijs. Dit past duidelijk niet binnen het opzet van het ondersteuningsmodel.

Nochtans hebben leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften recht op non-discriminatie en op redelijke aanpassingen. We dringen er daarom hier ook op aan dat de minister zijn verantwoordelijkheid opneemt om in de maatregelen oog te hebben voor álle leerlingen.

  1. Het moet voor scholen duidelijk gemaakt worden dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften ook in deze crisissituatie recht hebben op aanpassingen aan het aanloopleren (‘pre-teaching’) en op aangepaste taken, bijvoorbeeld het opstellen van hulpkaarten, extra instructiefilmpjes of differentiatie naar inhoud. 
  2. Ondersteuners, persoonlijk assistenten en therapeuten vervullen een essentiële functie in het onderwijstraject van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en moeten toegelaten worden tot de scholen.
  3. Ondersteuners die meerdere scholen bedienen, kunnen hun fysieke aanwezigheid beperken tot een aantal scholen en in de andere scholen virtuele ondersteuning bieden aan leerkrachten en leerlingen. 
  4. Kindgerichte ondersteuning mag in deze crisis niet vergeten worden. Daarom is het belangrijk dat ondersteuners ook outreachen naar de thuissituatie. Dat kan virtueel, maar als dat nodig blijkt moeten ook huisbezoeken overwogen kunnen worden met de nodige garanties op veiligheid (er zijn goede praktijken van ondersteuningsnetwerken die ontsmette materiaalboxen aan huis brengen). 
  5. Het is belangrijk dat ouders in deze crisissituatie zoveel mogelijk ontlast worden en dat ze op de ondersteuner kunnen rekenen als brugfiguur met de school, zodat dat ze niet zelf ook nog eens moeten instaan voor de organisatie van het aanpassen van het lesmateriaal, de lesmethode, de praktische organisatie, enzovoort.
  6. Sommige leerlingen zullen het omwille van hun beperking moeilijk hebben met het respecteren van 1,5 meter afstand (bijvoorbeeld leerlingen met een verstandelijke beperking, met ASS of met een gedrags- of emotionele problematiek). Dit mag voor de scholen geen reden zijn om deze leerlingen te weigeren. Bij wijze van redelijke aanpassing moet hier een uitzondering kunnen gemaakt worden voor deze kinderen, wat dan kan opgevangen worden met extra handhygiëne, het dragen van een mondmasker, …
  7. Het ondersteuningsmodel moet ook in deze crisissituatie juist aangewend worden, met het inzetten van ondersteuners in de gewone scholen voor het begeleiden van inclusieve trajecten. Ondersteuning mag niet voorbehouden worden voor het buitengewoon onderwijs. 
  8. Ouders van leerlingen met een gemotiveerd verslag of met een verslag die niet tot de groepen behoren voor wie op school les wordt gegeven, zouden de keuze moeten krijgen om hun kind naar school te laten gaan zodat de ondersteuning zo goed mogelijk georganiseerd kan worden. Op die manier kunnen leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die het moeilijk hebben met het isolement toch hun sociale contacten wat verbreden.
  9. De procedures rond het inschrijven of het ingeschreven blijven van leerlingen met een verslag moeten ook in deze crisissituatie gerespecteerd worden, met voldoende aandacht voor planmatige, systematische en transparante samenwerking met de ouders en het CLB (eventueel op afstand). 
  10. Er mag niet louter ingezet worden op remediëren. De terugkeer naar school na de paasvakantie is een nieuwe beginsituatie voor alle leerlingen en betreft voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften de verderzetting van hun inclusief onderwijstraject dat in overleg werd uitgewerkt. Een gedifferentieerd traject met korte en lange termijndoelen zal van belang zijn.

Unia in samenwerking met het Steunpunt voor Inclusie en de Vakgroep Orthopedagogiek van Universiteit Gent (prof. Van Hove, prof. De Schauwer, dr. Van de Putte)