Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Brussel (Franstalig), 23 mei 2022

Een man solliciteert spontaan bij een maatwerkbedrijf en krijgt een positief antwoord. Maar toen het maatwerkbedrijf even later vernam dat de man in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef, werd de belofte om hem aan te werven meteen verbroken. Doordat zijn moeder was overleden, kon de man niet alleen in het ouderlijk huis blijven wonen en werd hij, in afwachting van een definitieve verblijfplaats, tijdelijk ondergebracht in een psychiatrisch ziekenhuis. De arbeidsrechtbank oordeelde dat er sprake was van directe discriminatie op grond van handicap.

[Eerste aanleg: Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 8 oktober 2019]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 23/05/2022
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van handicap (validisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een man solliciteert spontaan bij een maatwerkbedrijf en krijgt een positief antwoord. Maar toen het maatwerkbedrijf even later vernam dat de man in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef, werd de belofte om hem aan te werven meteen verbroken. Doordat zijn moeder was overleden, kon de man niet alleen in het ouderlijk huis blijven wonen en werd hij, in afwachting van een definitieve verblijfplaats, tijdelijk ondergebracht in een psychiatrisch ziekenhuis. De arbeidsrechtbank oordeelde dat er sprake was van directe discriminatie op grond van handicap.

Beslissing

Het arbeidshof volgt het oordeel van de arbeidsrechtbank en meent ook dat er sprake is van directe discriminatie op grond van handicap. Er waren voldoende elementen die een vermoeden van discriminatie op grond van handicap aantoonden. Het maatwerkbedrijf kon dit vermoeden niet weerleggen (artikel 30 Antidiscriminatiewet). De man kon daardoor aanspraak maken op een forfaitaire schadevergoeding van zes maanden brutoloon (artikel 16, § 2, 2° Antidiscriminatiewet).

Anders dan de arbeidsrechtbank oordeelt het arbeidshof dat er geen verbrekingsvergoeding kon worden toegekend, omdat er slechts een belofte tot aanwerving was en nog geen arbeidsovereenkomst.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 23-05-2022

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?