Arbeidshof Brussel (Franstalig), 5 maart 2013
Een beroepsmilitair vraagt een schadevergoeding van de Belgische Staat omdat die niet zou zijn opgetreden tegen pesterijen waarvan hij het slachtoffer werd. Het arbeidshof oordeelt dat de vordering niet gegrond is.
[Eerste aanleg: Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 23 augustus 2011]
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een beroepsmilitair spant een procedure in tegen de Belgische Staat. Hij meent dat de Belgische Staat een fout heeft begaan door niet op te treden tegen de pesterijen waarvan hij het slachtoffer was.
Beslissing
Het arbeidshof oordeelt dat de man geen feiten kan aantonen die het bestaan van pesterijen kunnen doen vermoeden. De Belgische Staat beging ook geen fout door tweemaal de mutatie van de beroepsmilitair te weigeren (in functie van de noodwendigheden van de dienst) en pas bij een derde aanvraag zijn mutatie goed te keuren.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 5/3/2013 - Rolnummer 2011/AB/893
Wetgeving:
- Artikel 1134 en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek