Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 28 februari 2020
Een hulpverpleegkundige wordt ontslagen nadat ze afwezig was wegens ziekte en nadat de arbeidsgeneesheer had voorgesteld om haar aangepaste taken te geven. Dit is onvoldoende om een vermoeden van discriminatie te staven volgens de arbeidsrechtbank.
Feiten
Een vrouw werkt in een rust- en verzorgingstehuis als hulpverpleegkundige. Ze wordt ontslagen om dringende reden. Een bewoner is 's nachts uit haar bed gevallen. Volgens het rusthuis komt dat omdat de hulpverpleegkundige de bedhekken niet goed heeft bevestigd. De hulpverpleegkundige betwist het ontslag om dringende reden.
Ze meent ook dat het ontslag discriminatoir is (op grond van haar gezondheidstoestand), want het ontslag volgt nadat ze afwezig was wegens ziekte en nadat de arbeidsgeneesheer had voorgesteld om haar aangepaste taken te geven.
Beslissing
Het ontslag om dringende reden wordt niet aanvaard door de arbeidsrechtbank. Het is niet bewezen dat de hulpverpleegkundige de bedhekken niet goed bevestigde.
Er is volgens de arbeidsrechtbank ook geen sprake van discriminatie. De vrouw werd ontslagen kort nadat ze terug kwam werken na een periode van arbeidsongeschiktheid, in de context van een vermeende fout, maar dat was niet voldoende om een vermoeden van discriminatie te staven. De arbeidsrechtbank wees er ook op dat het beschermd criterium de 'huidige of toekomstige' gezondheidstoestand is.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 28/2/2020 - Rolnummer 18/4991/A