Correctionele rechtbank Brussel (Franstalig), 21 juni 2006
Na een eenvoudige klacht vanwege het Centrum in maart 2002 tegen onbekenden en diverse burgerlijke partijstellingen in de loop van 2003 en 2004 deed de correctionele rechtbank uitspraak over de inhoud van de website van de “Centre islamique belge”.
[Hoger beroep: Hof van beroep Brussel (Franstalig), 23 januari 2009]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Aanzetten tot discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 1, 2° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 3°-4° Strafwetboek).
- Ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd (artikel 1 negationismewet – thans artikel 256 Strafwetboek).
Beslissing
Naast een motivering inzake de bevoegdheid op grond van persmisdrijf, de toepasbaarheid van de wet van 30 juli 1981 (antiracismewet) en deze van 23 maart 1995 (negationisme) op de betrokken website, weerlegt de correctionele rechtbank de argumenten van verweerders door te stellen dat de vrijheid van eredienst niet absoluut is en begrensd kan worden.
De correctionele rechtbank was de mening toegedaan dat veroordeelden, als verantwoordelijken voor een discussieforum, de inhoud ervan dienden te controleren ten einde onaanvaardbare uitspattingen te vermijden.