Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 31 oktober 2017

Een arts van Libanese origine die in België werkzaam is, heeft een geschil met de fiscus betreffende de aftrek van het onderhoudsgeld dat hij betaalt aan familie die in het buitenland verblijft. Hij beweert dat de persoon die hem heeft ontvangen, blijk gaf van een discriminatoire houding ten aanzien van zijn dossier.

[Hoger beroep: Hof van beroep Luik, 28 juni 2018]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 31/10/2017
Domeinen: Ander actiedomein
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie door ambtenaar, Haatmisdrijf, Belediging
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Belediging (artikel 448 oud Strafwetboek). 
  • Discriminatie door een ambtenaar of openbaar officier (artikel 23 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 253 Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank vindt in het dossier geen enkel element waaruit zou kunnen blijken dat er sprake was van een discriminatoire behandeling van het dossier.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?