Hof van beroep Luik, 28 juni 2018
Een geneesheer van Libanese afkomst die in België werkt, heeft een geschil met de fiscus over de aftrek van onderhoudsgeld dat hij betaalt aan familie die in het buitenland verblijft. De dokter beweert dat de persoon die hem heeft ontvangen, blijk gaf van een discriminatoire houding ten aanzien van zijn dossier. De correctionele rechtbank geeft hem ongelijk en dus tekent hij hoger beroep aan.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 31 oktober 2017]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 28/06/2018
Domeinen: Ander actiedomein
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie door ambtenaar, Haatmisdrijf, Belediging
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Belediging (artikel 448 oud Strafwetboek).
- Discriminatie door een ambtenaar of openbaar officier (artikel 23 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 253 Strafwetboek).
Beslissing
Het hof van beroep bevestigt het vonnis.
Unia was geen betrokken partij.