Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, 3 april 2007
De correctionele rechtbank oordeelt dat het uitgeven en verspreiden van de werken van Jozef Rulof geen inbreuk vormt op de antiracismewet en de negationismewet.
[Zie ook: Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, 15 mei 2003 en Hof van Beroep Antwerpen, 8 maart 2004]
Feiten
2 natuurlijke personen en een rechtspersoon werden vervolgd voor het uitgeven en verspreiden van de werken van Jozef Rulof. Volgens het Centrum voor gelijkheid van kansen en bestrijding van racisme is de leer van Rulof racistisch en negationistisch.
Jozef Rulof is een Nederlandse spiritualist die werd geboren aan het einde van de 19e eeuw. Het eerste boek van Jozef Rulof werd uitgegeven in 1933. Rulof overleed in 1952.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Aanzetten tot discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 1, 2° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 3°-4° Strafwetboek).
- Ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd (artikel 1 negationismewet - artikel 256 Strafwetboek).
Beslissing
Volgens de correctionele rechtbank is er geen inbreuk op de antiracismewet. De teksten waren niet van aard om rechtstreeks aan te zetten tot haat of geweld. Het bijzonder opzet was niet aantoonbaar.
De correctionele rechtbank oordeelt dat er ook geen inbreuk is op de negationismewet. Bepaalde passages uit de werken van Rulof kunnen storend en mogelijks beledigend zijn voor Joden, maar zelfs die passages hebben niets te maken met het ontkennen, goedkeuren, pogen te rechtvaardigen of schromelijk minimaliseren van de Holocaust.
Aandachtspunten
De correctionele rechtbank merkt op dat boeken en geschriften altijd in hun geheel moeten worden beoordeeld en wijst op het gevaar van het gebruik van louter citaten of beweerde citaten. Het volstaat dus niet om enkele citaten uit een omvangrijk oeuvre (meer dan 11.000 bladzijden) te lichten om dan te stellen dat elk boek afzonderlijk of het oeuvre in zijn geheel een schending uitmaakt van de antiracismewet en/of de negationismewet.
Voorts wijst de correctionele rechtbank erop dat rekening moet worden gehouden met de context.
- Er moet niet alleen worden gekeken naar de inhoud of de aard van de gebruikte woorden, maar ook naar de omstandigheden waarin ze werden geuit (zoals de plaats, het publiek en de autoriteit van de spreker ...) en het medium waarmee dat gebeurde (zoals een krant, een roman, internet ...).
- Ook de historische context speelt een rol. De werken moeten worden geplaatst in een bepaald tijdskader (in dit geval de periode van 1933 tot 1952). De werken van Rulof kunnen niet worden beoordeeld aan de hand van de taalkundige en morele maatstaven van deze tijd.
Ten slotte wijst de correctionele rechtbank op het beperkte openbare karakter van de werken van Rulof. De verspreiding was dermate beperkt dat de boeken nauwelijks een noemenswaardige impact konden hebben, temeer daar de boeken in intellectueel opzicht niet erg toegankelijk waren voor het grote publiek wegens hun complexe en esoterische stijl.
Unia was betrokken partij.
Afgekort: Corr. Oost-Vlaanderen, afd. Dendermonde, 3/4/2007
Het vonnis werd gepubliceerd in Rechtskundig Weekblad 2007-08, p. 1120.