Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 26 februari 2026

Een homoseksuele man van Sri Lankaanse origine wordt herhaaldelijk belaagd via de sociale media door een andere homoseksuele man van Sri Lankaanse origine. De correctionele rechtbank oordeelt dat er sprake is van belaging en misbruik van communicatiemiddelen, maar kan niet met zekerheid vaststellen dat de feiten ingegeven werden door haat, misprijzen of vijandigheid jegens het slachtoffer omwille van diens seksuele oriëntatie.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 26/02/2026
Domeinen: Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Andere, Haatmisdrijf, Belaging en elektronische belaging
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Oost-Vlaanderen
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

Een homoseksuele man van Sri Lankaanse origine legde herhaaldelijk klacht neer wegens (online) belaging. De beklaagde, ook een homoseksuele man van Sri Lankaanse origine, plaatste tal van foto's en filmpjes op sociale media (in het Singalees) waarin hij zich negatief uitliet over de seksuele geaardheid van het slachtoffer. Hij beweerde ook dat het slachtoffer hem hiv had doorgegeven. De beklaagde begaf zich naar de woning van het slachtoffer om daar te filmen en de rust van het slachtoffer te verstoren.

De (online) belaging had een grote impact op het persoonlijke en professionele leven van het slachtoffer. In Sri Lanka wordt homoseksualiteit niet aanvaard en de familie van het slachtoffer was niet op de hoogte van zijn seksuele oriëntatie. Door de foto's en filmpjes konden familie en vrienden van het slachtoffer kennis nemen van zijn seksuele oriëntatie. Als gevolg van de (online) belaging was het slachtoffer een tijdje arbeidsongeschikt.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Belaging (artikel 442bis oud Strafwetboek).
  • Misbruik communicatiemiddelen (artikel 145, § 3bis wet betreffende de elektronische communicatie – nu artikel 237 Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank oordeelde dat de beklaagde zich schuldig had gemaakt aan belaging en misbruik van elektronische communicatiemiddelen. De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met probatie-uitstel gedurende 5 jaar. Eén van de probatievoorwaarden was dat de beklaagde op sociale media niet meer mocht verwijzen naar het slachtoffer.

Het slachtoffer kreeg een schadevergoeding van 3.650 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.020 euro. Omdat de discriminerende drijfveer niet werd weerhouden door de correctionele rechtbank (zie aandachtspunt) werd de vordering van Unia ongegrond verklaard.

Aandachtspunt

Het slachtoffer en Unia hadden gevraagd om de discriminerende (homofobe) drijfveer te weerhouden als verzwarende omstandigheid in hoofde van de beklaagde, maar daar ging de correctionele rechtbank niet op in.

Er waren volgens de correctionele rechtbank onvoldoende elementen voorhanden om met de vereiste gerechtelijke zekerheid te besluiten dat één van de drijfveren van de beklaagde bestond uit haat, misprijzen of vijandigheid tegen het slachtoffer wegens diens seksuele oriëntatie.

Volgens de correctionele rechtbank wilde de beklaagde het slachtoffer treffen door te verwijzen naar diens seksuele oriëntatie, maar daaruit bleek niet dat die seksuele oriëntatie de drijfveer was om hem te treffen. De correctionele rechtbank verwees in dat verband naar de verklaring van de beklaagde die had gesteld dat zijn drijfveer de stukgelopen vriendschapsrelatie met het slachtoffer, en de daaraan gekoppelde liefdesproblematiek, was en niet het feit dat het slachtoffer homoseksueel is. 

De correctionele rechtbank stelde overigens dat het feit dat de dader homoseksueel is geenszins verhindert dat de drijfveer van de dader kan bestaan uit haat, misprijzen of vijandigheid tegen het slachtoffer wegens diens homoseksuele oriëntatie (zie bijvoorbeeld ook: hof van assisen van de provincie Luik, 6 juni 2024).

Unia was betrokken partij.

Afgekort: Corr. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 26/2/2026 - Rolnummer 25G002187

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?