Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 9 juli 2026

De rechtbank veroordeelt iemand die een homoseksueel koppel heeft aangevallen bij de uitgang van een homobar in Gent. De rechtbank beschouwt het discriminerende motief als een verzwarende omstandigheid bij het toebrengen van de slagen. 

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 11/09/2026
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Gent
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Op 24 september 2023 bevindt een homokoppel zich bij de uitgang van een gay bar in Gent en wordt aangesproken door 2 mannen, waaronder de verdachte. Deze vraagt hen spottend of ze een homokoppel zijn. Het koppel vraagt hen met rust te laten en duwt de verdachte weg. Deze raakt geïrriteerd, wordt agressief en er ontstaat een vechtpartij. De groepen gaan uit elkaar. Enkele minuten later keert de groep mannen terug naar het koppel en de verdachte deelt opnieuw klappen uit. 

De verdachte is niet op de zitting verschenen en wordt daarom bij verstek berecht.

Juridische kwalificatie 

Het Openbaar Ministerie had de verdachte vervolgd wegens: 

  • Opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid van minder dan 4 maanden, met discriminatie als verzwarende omstandigheid (artikelen 398, 399 en 405 quater van het oud Strafwetboek) 

Beslissing

De correctionele rechtbank achtte de tenlasteleggingen bewezen en beschouwde het discriminerende motief als verzwarende omstandigheid bij de mishandeling. 

Volgens de rechtbank blijkt het discriminerende motief uit het feit dat de slachtoffers door de verdachte werden uitgekozen en uit de denigrerende opmerkingen die hij tegen hen maakte. De rechtbank merkt op dat de ontkenningen van de verdachte onsamenhangend en inconsistent zijn. Hij beweerde met name niet te weten dat hij zich tot een homokoppel richtte. 

De verdachte is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, met probatie-uitstel gedurende 5 jaar en tot een boete van 800 euro.  

Een van de slachtoffers had zich burgerlijke partij gesteld en krijgt een schadevergoeding van 1 315,32 euro.  

Aandachtspunten

In zijn vonnis benadrukt de rechtbank de psychologische impact van dergelijke feiten. "Naast de fysieke impact, mag aldus ook de psychische impact van dergelijke feiten niet worden onderschat. Met de door hem gepleegde feiten, heeft de beklaagde het slachtoffer immers geraakt in de kern van zijn identiteit. De beklaagde dient in te zien dat omtrent het respecteren van deze waarden en normen, zoals bij uitstek geformuleerd."

Unia was geen partij in de zaak.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?