Hof van beroep Brussel (Franstalig), 30 juni 2003
Een jonge man van vreemde afkomst wordt mishandeld in de gebouwen van de rijkswacht. De correctionele rechtbank trekt de getuigenis van de jonge man inzake zijn lichamelijke schade niet in twijfel, maar er volgt geen veroordeling gelet op het feit dat hij zich tegenspreekt over wie de mogelijke dader is.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Brussel (Franstalig), 18 december 2002]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 30/06/2003
Domeinen: Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie door ambtenaar, Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon (artikel 1, 1° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 1°-2° Strafwetboek).
- Publiciteit geven aan zijn voornemen tot rassendiscriminatie (artikel 1, 3° antiracismewet 1981).
- Discriminatie door een ambtenaar of openbaar officier (artikel 4 antiracismewet 1981 – thans artikel 253 Strafwetboek).
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek).
Beslissing
Het hof van beroep bekijkt de verklaringen van de dader bijzonder grondig en hervormt het vonnis gewezen in eerste aanleg. De beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden met 5 jaar uitstel.
Unia was geen betrokken partij.