Hof van Beroep Gent, 24 april 2007
Op 2 september wordt een medewerker van een horecazaak ontslagen naar aanleiding van een conflict met de zaakvoerder. Het formulier C4, dat wordt afgegeven aan betrokkene, meer dan een maand na het conflict, vermeldt als reden voor het ontslag: “kan zich niet aanpassen aan het land. Zou beter teruggestuurd worden naar de boesboes waar mensen elkaar aanvallen”.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, 24 oktober 2005]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon (artikel 1, 1° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 1°-2° Strafwetboek).
- Publiciteit geven aan zijn voornemen tot rassendiscriminatie (artikel 1, 3° antiracismewet 1981).
- Rassendiscriminatie bedrijven in het domein arbeidsbetrekkingen (artikel 2bis antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 1994 – thans artikel 255 Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank sprak de zaakvoerder vrij op 24 oktober 2005.
Het hof van beroep oordeelde echter dat “de bewezen feiten objectief, ernstig en betreurenswaardig zijn”. De zaakvoerder gebruikte zeer beledigende woorden om anderen ertoe aan te zetten zijn ex-werknemer het recht op werkloosheidsuitkering te ontnemen op grond van zijn ras, huidskleur en afkomst”.
De zaakvoerder werd veroordeeld tot het betalen van 500 euro schadevergoeding aan het Centrum.
Unia was betrokken partij.