Ga verder naar de inhoud

Hof van beroep Luik, 15 december 1997

In deze zaak worden de uitlatingen die door een politieagent ter gelegenheid van de Waalse feesten werden gedaan, voorgelegd ter beoordeling aan de rechtbank.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 15/12/1997
Domeinen: Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie door ambtenaar, Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

De correctionele rechtbank van Namen overweegt “dat er bijgevolg erg weinig elementen overblijven om de 2 misdrijven vast te stellen, waarbij het eerste misdrijf vereist dat er een aanzet tot discrimineren is (en niet enkel een intentie die alleen in paragraaf 3 van artikel 1 voorzien is) wat door de wet wordt gedefinieerd als een gedrag dat tot doel heeft of tot doel kan hebben om de erkenning, het genot of de uitoefening van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden aan te tasten, te beperken of teniet te doen, en waarbij het tweede misdrijf meer bepaald gericht is op situaties van willekeur en op gedragingen van uitsluiting die door bepaalde administraties toegepast en aangehouden worden”.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Aanzetten tot discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 1, 2° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 3°-4° Strafwetboek).
  • Discriminatie door een ambtenaar of openbaar officier (artikel 4 antiracismewet 1981 – thans artikel 253 Strafwetboek).

Beslissing

Het hof van beroep van Luik bekrachtigt het bestreden vonnis.

Unia was betrokken partij.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?