Hof van Cassatie, 2 juni 2025
Een rechtspersoon die is opgericht om een collectief belang te verdedigen kan een morele schadevergoeding krijgen, wegens aantasting van het collectief belang waarvoor hij werd opgericht, die verder gaat dan een symbolische vergoeding van 1 euro (Grondwettelijk Hof, 21 januari 2016). Het Hof van Cassatie preciseert dat een dergelijke rechtspersoon niet automatisch schade lijdt door de loutere schending van een collectief belang, maar in concreto moet aantonen dat hij persoonlijk schade heeft geleden. Schade aan een collectief belang is geen persoonlijke schade van de rechtspersoon.
Feiten
Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) had in een rechtszaak de betaling gevorderd van een morele schadevergoeding van 1 euro op grond van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek wegens schending van de Genderwet.
In een arrest van 4 januari 2022 wees het arbeidshof van Brussel de vordering af. Het arbeidshof oordeelde dat er weliswaar sprake was van een fout (nl. de schending van de Genderwet), maar dat het IGVM het bestaan en de omvang van de schade niet kon bewijzen. Het arbeidshof stelde dat uit het bewijs van een fout niet automatisch volgt dat schade werd geleden.
Tegen de beslissing van het arbeidshof werd cassatieberoep ingesteld.
Beslissing
Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Het Hof van Cassatie oordeelt dat een rechtspersoon weliswaar morele schade kan lijden (die bestaat uit pijn, smart of enig ander moreel leed), in het bijzonder waneer diens aanzien wordt gekrenkt. Maar, een rechtspersoon die tot de behartiging van een collectief belang is opgericht, lijdt geen morele schade door de loutere schending van het betreffende collectief belang.
Aandachtspunten
Conclusie advocaat-generaal
Het Hof van Cassatie sluit in het arrest aan bij de conclusie van de advocaat-generaal die stelde: "Uit de rechtspraak van uw Hof komt naar voren dat de rechtsvordering tot schadevergoeding wegens morele schade tot doel heeft de pijn, de smart of enig ander moreel leed te lenigen en in die mate de schade te herstellen. Ook een rechtspersoon kan morele schade lijden. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om reputatieschade. Ik dien er echter op te wijzen dat de schade in de regel moet gebonden zijn aan de persoon die er de vergoeding van eist. In het kader van huidig geschil heeft dit laatste zijn relevantie. Er moet worden gewezen op het gegeven dat eiser een rechtspersoon is die specifiek werd opgericht ter behartiging van een collectief belang. Wanneer het wettelijk bepaald doel van de rechtspersoon erin bestaat om een collectief belang te behartigen dan kan het, indien het dit doel nastreeft, in de regel, geen morele schade lijden bij de overtreding door een derde van de regels betreffende het beschermde collectief belang. Immers schade aan het collectief belang betreft geen persoonlijke schade. Het vervult als instituut van openbaar nut, op het ogenblik dat het in rechte optreedt, niet meer en niet minder zijn wettelijke opdracht. Voor eiser betreft dit specifiek artikel 4, 6° van de wet van 16 december 2002. Dus het gegeven dat het collectief belang geschonden is levert, in hoofde van eiser gelet op deze opdracht, op zich geen persoonlijke schade op. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat faalt naar recht."
Arrest Grondwettelijk Hof 21 januari 2016
Het Grondwettelijk Hof oordeelde in een arrest van 21 januari 2016 dat aan een rechtspersoon die is opgericht en in het rechtsverkeer optreedt ter verdediging van een collectief belang, op grond van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek, een morele schadevergoeding kan worden toegekend, wegens aantasting van het collectief belang waarvoor hij werd opgericht, die verder gaat dan een symbolische vergoeding van 1 euro.
Krachtens artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek dient de rechter in concreto de schade te ramen die door een onrechtmatige daad wordt veroorzaakt en mag hij de schade naar billijkheid ramen wanneer zij onmogelijk anders kan worden bepaald. De rechter kan de morele schade in concreto ramen onder meer door rekening te houden met de statutaire doelstellingen van de rechtspersoon, met de omvang van zijn activiteiten en de inspanningen die hij levert om zijn doelstellingen te realiseren.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Cass. 2/6/2025 - Rolnummer S.22.0022.N en S.22.0023.N
Wetgeving:
- Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (genderwet) (10 mei 2007)