Ga verder naar de inhoud

Hof van Cassatie, 8 november 2016

De correctionele rechtbank is, gelet op de regels over samenhang, onbevoegd om kennis te nemen van de strafvordering wanneer de procedure lijkt uit te wijzen dat de strafvordering deels betrekking heeft op de vermenigvuldiging en digitale verspreiding van teksten die een strafbare meningsuiting kunnen inhouden.

Gepubliceerd op: 08/11/2016
Domeinen: Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Geen beschermd kenmerk
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Belaging en elektronische belaging, Laster en eerroof
Rechtsmacht: Hof van Cassatie
Rechtsgebied: België
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

De beklaagden hadden via hun website, persberichten, rapporten en Facebook-pagina ernstige dierenverwaarlozing en dierenmishandeling verweten aan de burgerlijke partijen.

De correctionele rechtbank oordeelde dat 2 van de 4 tenlasteleggingen drukpersmisdrijven vormden. Vervolgens oordeelde de correctionele rechtbank dat ze niet alleen onbevoegd was om kennis te nemen van de 2 tenlasteleggingen die een drukpersmisdrijf vormden, maar ook van de 2 andere tenlasteleggingen die daarmee samenhingen. 

Beslissing

Het Hof van Cassatie herhaalt dat een drukpersmisdrijf een strafbare meningsuiting vereist in een tekst die is vermenigvuldigd door een drukpers of een gelijkaardig procedé. Digitale verspreiding vormt een dergelijk gelijkaardig procedé.

Vervolgens oordeelt het Hof van Cassatie dat de procedure lijkt uit te wijzen dat de strafvordering deels betrekking heeft op de vermenigvuldiging en digitale verspreiding van teksten die een strafbare meningsuiting kunnen inhouden. De correctionele rechtbank was, gelet op de regels over samenhang, derhalve onbevoegd om van de vordering van het openbaar ministerie en van de burgerlijke partijen kennis te  nemen.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Cass. 8/11/2016 - Rolnummer P.16.0958.N

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?