Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 27 februari 2020

Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een maatregel waarbij aan ambtenaren en rechters, teneinde hun een passende bezoldiging te waarborgen, een bezoldigingsnabetaling wordt toegekend ten belope van een percentage van het basissalaris dat zij voordien ontvingen op basis van met name een basissalaristrap die bij hun aanstelling binnen elke salarisgroep werd bepaald op basis van hun leeftijd, voor zover die maatregel beantwoordt aan de noodzaak tot bescherming van verworven rechten in een context die wordt gekenmerkt door met name zowel een groot aantal betrokken ambtenaren en rechters als het ontbreken van een bruikbaar referentiesysteem en deze maatregel er niet toe leidt dat een verschil in behandeling op grond van leeftijd wordt bestendigd.

Gepubliceerd op: 27/02/2020
Domeinen: Arbeid, Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

TK e.a. tegen Land Sachsen-Anhalt (C-773/18, C-774/18 en C-775/18)

Feiten

Verzoekster in het hoofdgeding in zaak C‑773/18 is sinds 1 januari 2010 rechter bij een rechterlijke instantie van de deelstaat Sachsen-Anhalt. Verzoekers in de hoofdgedingen in de zaken C‑774/18 en C‑775/18 zijn ambtenaren van die deelstaat sinds respectievelijk 1 augustus 2006 en 1 januari 2009.

Tot en met 31 maart 2011 werden verzoekers in de hoofdgedingen bezoldigd overeenkomstig het Bundesbesoldungsgesetz (federale bezoldigingswet) van 6 augustus 2002 (BGBl. I, blz. 3020), zoals gewijzigd bij wet van 12 juli 2006 (BGBl. I, blz. 1466). Volgens deze wet werd binnen elke salarisgroep de basissalaristrap van een ambtenaar of rechter bij zijn aanstelling bepaald op basis van zijn leeftijd.

In zijn arrest van 8 september 2011, Hennigs en Mai (C‑297/10 en C‑298/10, EU:C:2011:560), heeft het Hof geoordeeld dat het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd dat is verankerd in artikel 21 van het Handvest en is geconcretiseerd bij Richtlijn 2000/78, meer in het bijzonder in artikel 2 en artikel 6, lid 1, van deze Richtlijn, zich ertegen verzet dat binnen elke salarisgroep de basissalaristrap van een arbeidscontractant in de overheidssector bij zijn aanstelling wordt bepaald op basis van zijn leeftijd.

Beslissing

De artikelen 2 en 6 van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een maatregel waarbij aan ambtenaren en rechters, teneinde hun een passende bezoldiging te waarborgen, een bezoldigingsnabetaling wordt toegekend ten belope van een percentage van het basissalaris dat zij voordien ontvingen op basis van met name een basissalaristrap die bij hun aanstelling binnen elke salarisgroep werd bepaald op basis van hun leeftijd, voor zover die maatregel beantwoordt aan de noodzaak tot bescherming van verworven rechten in een context die wordt gekenmerkt door met name zowel een groot aantal betrokken ambtenaren en rechters als het ontbreken van een bruikbaar referentiesysteem en deze maatregel er niet toe leidt dat een verschil in behandeling op grond van leeftijd wordt bestendigd.

Het doeltreffendheidsbeginsel moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat bepaalt dat een vervaltermijn van 2 maanden voor de indiening van een verzoek om vergoeding van de schade die voortvloeit uit een maatregel die discriminatie op grond van leeftijd inhoudt, ingaat op de dag waarop het Hof een arrest heeft gewezen waarin is geoordeeld dat een soortgelijke maatregel een discriminerend karakter heeft, indien het gevaar bestaat dat de betrokken personen niet binnen die termijn ermee bekend kunnen raken of en in welke mate zij het slachtoffer waren van discriminatie. Dit kan met name het geval zijn wanneer in die lidstaat onenigheid bestaat over de vraag of hetgeen in dat arrest is beslist, ook geldt voor de betrokken maatregel.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, TK e.a. tegen Land Sachsen-Anhalt, 27/2/2020 – Rolnummer C-773/18, C-774/18 en C-775/18

Wetgeving:

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?