Ga verder naar de inhoud

Jeugdrechtbank West-Vlaanderen, afdeling Ieper, 17 oktober 2025

De rechter plaatste een minderjarige in een gesloten instelling na een aanval op een Joods koppel in de Ieperse stationsbuurt.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 17/10/2025
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Raciale kenmerken
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Jeugdrechtbank
Rechtsgebied: West-Vlaanderen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Op 10 oktober 2023 viel een minderjarige 2 Joodse personen lastig op het stationsplein van Ieper. Volgens getuigen riep hij pro-Palestijnse en anti-Israëlische slogans, achtervolgde hij het koppel en sloeg hij de man met een zak. Daarbij uitte hij ook antisemitische en racistische uitlatingen. Op het stationsplein had hij ook zijn geslachtsdeel getoond aan deze 2 personen.

Bij vonnis van 19 april 2024 legde de jeugdrechtbank een sociale vaardigheidstraining van 40 uur op onder toezicht van DIVAM, gekoppeld aan een bezoek aan Kazerne Dossin. De rechtbank voorzag ook een vervangende sanctie van gesloten begeleiding indien de jongere de maatregel niet zou naleven. Op 4 april 2025 bevestigde de rechtbank die beslissing. Uit de opvolgingsverslagen bleek vervolgens dat de jongere de training maar gedeeltelijk uitvoerde en herhaaldelijk onwettig afwezig bleef.

Juridische kwalificatie

De beklaagde werd vervolgd voor:

  • opzettelijke slagen en verwondingen met als verzwarende omstandigheid een discriminerend motief, meer bepaald haat wegens de Joodse afkomst en het Joodse geloof van het slachtoffer (art. 405quater lid 1, 2° en 2 Sw.)
  • het opdringen van ontblote geslachtsdelen aan andermans zicht op een openbare plaats (art. 417/53 en 417/59 §§& en 3 Sw.)

Beslissing

De rechtbank oordeelde dat de minderjarige de opgelegde sociale vaardigheidstraining niet naleefde. Ondanks diverse contactpogingen en begeleiding had hij maar een beperkt deel van de verplichte training gevolgd. Zowel hijzelf als zijn ouders bleven afwezig op de zitting van 17 oktober 2025.

De jeugdrechtbank stelde daarom de niet-naleving van de eerder opgelegde sanctie vast en beval de uitvoering van de vervangende sanctie. Zij legde een gesloten begeleiding op voor een periode van 3 maanden in een afdeling van een gemeenschapsinstelling, onder toezicht van de sociale dienst van de jeugdrechtbank. De rechtbank beval bovendien de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis.

Aandachtspunten

  • Het discriminatoir motief werd afgeleid uit de antisemitische en racistische uitlatingen die door getuigen bevestigd werden.
  • Het vonnis van 17 oktober 2025 behandelt niet opnieuw de schuldvraag, maar enkel de uitvoering van een eerder opgelegde maatregel in het kader van het jeugddelinquentierecht.
  • De zaak illustreert dat de jeugdrechtbank bij niet-naleving van een pedagogische maatregel kan overgaan tot een vooraf bepaalde vervangende sanctie van gesloten begeleiding.
  • De rechtbank koppelde de oorspronkelijke maatregel expliciet aan een bezoek aan Kazerne Dossin. Dat sluit aan bij een bewustmakings- en vormingsdoelstelling inzake antisemitisme en discriminatie.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Jeugdrb. West-Vlaanderen (afd. Ieper), 17 oktober 2025 – Rolnummer 83.M.2023/1. 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?