Ga verder naar de inhoud

Raad van State, 24 februari 2026

Omwille van de neuro-ontwikkelingsstoornissen van haar kind vroeg de moeder van een minderjarige leerling die privéonderwijs volgt een redelijke aanpassing. Ze vroeg de aanwezigheid van een derde hulpverlener bij de examens voor de tweede graad secundair onderwijs (CE2D). 

De Franse Gemeenschap die deze certificerende examens organiseert, weigerde deze aanpassing. De moeder diende daarop een beroep in tot vernietiging van deze beslissing. De Raad van State wees dit annulatieverzoek af omdat er geen actueel belang meer was aangezien de examens al verstreken waren.

[Schorsing: Raad van State, 21 maart 2025 (CE2D)]

[Schorsing: Raad van State, 29 augustus 2025 (CESS)]

Gepubliceerd op: 24/02/2026
Domeinen: Onderwijs
Beschermde kenmerken: Handicap
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Weigeren redelijke aanpassingen
Rechtsmacht: Raad van State
Rechtsgebied: België
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

De verzoekende partij volgde onderwijs via de jury’s van de Franse Gemeenschap en vroeg om tijdens de examens voor de tweede graad secundair onderwijs (CE2D) van het schooljaar 2024-2025 begeleiding door een derde hulpverlener als redelijke aanpassing om diens neuro-ontwikkelingsstoornissen te compenseren. De Franse Gemeenschap wees die aanvraag op 5 februari 2025 af. Tegen die beslissing stelde de moeder van de toen minderjarige verzoeker zowel een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State, als een beroep tot schorsing. Het schorsingsverzoek werd door de Raad van State afgewezen omwille van het ontbreken van extreme urgentie. 

Intussen liep de betrokken CE2D-sessie af. Na een mislukte CE2D-procedure schreef de verzoekende partij zich in voor het beroepsonderwijs (CESS) en vroeg deze opnieuw een derde hulpverlener als redelijke aanpassing. Voor de afwijzing van die nieuwe aanvraag volgde een afzonderlijke procedure. De huidige zaak gaat over het beroep tot nietigverklaring van de beslissing van 5 februari 2025 waarbij de vraag tot ondersteuning via begeleiding door een derde hulpverlener bij de CE2D-examens afgewezen werd.

Beslissing

De Raad van State oordeelde dat de verzoekende partij geen actueel belang meer had bij de vernietiging van deze beslissing om geen begeleiding door een derde hulpverlener toe te staan. De betrokken CE2D-examens waren inmiddels afgelopen en de verzoeker had zich geheroriënteerd naar het beroepsonderwijs. Een eventuele vernietiging van de weigering van 5 februari 2025 kon daarom geen concreet, rechtstreeks en persoonlijk voordeel meer opleveren.

De Raad van State verwierp het argument dat een vernietiging alsnog nuttig zou zijn indien de verzoekende partij later zou mislukken voor het examen beroepsonderwijs (CESS). Dat scenario was volgens de Raad dubbel hypothetisch en voldeed niet aan de vereiste van een zeker belang.

De Raad van State verklaarde het beroep bijgevolg onontvankelijk wegens gebrek aan actueel belang en verwees de verzoeker in de kosten.

Aandachtspunten

  • De Raad van State sprak zich niet uit over de vraag of de weigering van de gevraagde redelijke aanpassing rechtmatig of discriminerend was. Het arrest beperkt zich tot het procesrechtelijke vereiste van het actuele belang.
  • Het arrest bevestigt dat een belang bij een annulatieberoep niet alleen moet bestaan bij de indiening van het beroep, maar ook moet voortbestaan tot aan de sluiting van de debatten.
  • Een louter hypothetisch voordeel of het vooruitzicht om een vordering tot schadevergoeding te vergemakkelijken volstaat niet om het vereiste belang te behouden.
  • De uitspraak illustreert het belang van een snelle behandeling van geschillen over redelijke aanpassingen bij examens, omdat het actuele belang kan verdwijnen zodra de betrokken examenperiode afloopt.

Unia was geen partij.

Afgekort: RvS, 24 februari 2026 – Rolnummer A.244.411/XI-25.082

Wetgeving

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?