Coronacrisis heeft dramatische impact gehad op personen met handicap

8 juli 2020
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Handicap

De coronacrisis heeft erg diepe sporen nagelaten in de levens van personen met een handicap en hun families. Ze voelden zich in de steek gelaten of hadden het idee dat ze niet echt meetelden. Mantelzorgers raakten uitgeput. Dat blijkt uit een enquête van Unia die werd beantwoord door 865 mensen, onder wie 502 personen met een handicap en 363 familieleden.  

“De ondervraagde personen met een handicap uitten veel klachten over hun levenskwaliteit tijdens de lockdown”, zegt Els Keytsman, directeur van Unia. “Er zijn ook veel klachten over hun relationele leven, hun leefomstandigheden, de toegang tot de gezondheidszorg, de nog grotere moeilijkheden om bijvoorbeeld naar de winkel te gaan of om te wandelen”.

“Wie een handicap heeft, wordt sowieso geconfronteerd met problemen die anderen vaak niet of minder ervaren. Tijdens de lockdown, afgekondigd als gevolg van de coronacrisis, werden die problemen nog scherper en tastbaarder. Sociale contacten werden uitgesteld, de personen met handicap ervoeren een zware psychische belasting en voelden zich dikwijls nog eenzamer dan anders. In de thuisomgeving stapelden de spanningen zich op”.

Thuiszorg soms onmogelijk

De lockdown had tot gevolg dat heel wat klassieke gezondheidszorg werd uitgesteld. Thuiszorg werd onmogelijk wanneer het hiervoor bevoegde personeel niet over beschermingsmiddelen beschikte. Beschermingsmateriaal was niet aangepast aan personen met een auditieve of visuele beperking. Lessen of vorming volgen werd ook voor mensen met een handicap nog een stuk lastiger. “We hadden een hoop maatregelen kunnen nemen die veel hinder en problemen hadden kunnen voorkomen”, bedenkt Els Keytsman.

Er waren nog andere aspecten die het voor personen met een handicap moeilijk maakten tijdens de lockdown. Zo leidde een gebrek aan duidelijke informatie, bijvoorbeeld over de coronamaatregelen, tot extra stress bij veel mensen. Het was vaak niet simpel om te beslissen waar iemand wel of niet kon wonen tijdens de lockdown. Personen met een handicap kregen ook af te rekenen met kwetsende blikken of gedragingen.

Een persoon met een handicap vertelt: "Ik had de indruk dat ik alleen maar onzichtbaarder en onbekender werd, ook al stond ik bij de regionale of federale organismen in de computer geregistreerd als begunstigde. Er zit toch iets grondig fout. Het is toch niet aan de persoon zelf om met de weinige beschikbare middelen, voor zover die er al zijn, te zoeken naar steun?"

Leven op zijn kop gezet

Voor de families van personen met een handicap was het al evenmin een lachertje. Keytsman: “Het leven van heel wat families werd volkomen op zijn kop gezet. Familieleden raakten uitgeput omdat de zorg voor iemand met een handicap nog zwaarder woog dan anders. Het was soms hartverscheurend om keuzes te moeten maken: laten we ons gehandicapt kind in het opvangcentrum blijven of halen we het naar huis om er helemaal alleen voor te zorgen?”

Het wegvallen of beperken van onderwijs baarde heel wat families zorgen. De winkels die open mochten zijn, hielden vaak weinig of geen rekening met de noden van families die winkelden met iemand met een handicap. Zij die digitaal thuis mochten werken, stonden voor de loodzware opgave om tegelijk hun familielid met een handicap te verzorgen. In een aantal gevallen ging de lockdown ook gepaard met onvoorziene extra uitgaven die niet voor alle families zomaar te betalen waren. Op heel wat punten voelden de families van personen met een handicap zich vaak in de steek gelaten.

Een familielid van iemand met een handicap getuigt: "Het verbaasde ons dat de staat en al te veel instanties voor personen met een handicap zich zo weinig van ons aantrokken. Dat gold ook voor professionals uit de gezondheidszorg die mensen met een handicap opvolgen. Ook al verzopen die nu niet echt in het werk. Je kan gerust zeggen dat wij ons flink in de steek gelaten voelden".

Meer steun voor families

“De overheid had de families kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld met hulp voor het huishouden en psychologische bijstand. Sommige vormen van zorg hadden gewoon moeten worden voortgezet. Werknemers hadden makkelijker verlof moeten kunnen krijgen om thuis te zorgen voor iemand die daar nood aan had. Ook op het vlak van kinderopvang was er zeker meer denkbaar geweest”.

Lees hier alle resultaten van de bevraging.

Noot: de enquêtes werden afgenomen tussen 28 april en 1 juni 2020, bij respondenten in heel België. Dit gebeurde in het Nederlands en het Frans en in Vlaamse en Frans-Belgische Gebarentaal.