Toekenning parkeerkaart voor personen met een handicap

13 maart 2013
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Handicap
Bevoegdheidsniveau: Federaal

Onderwerp: wetsvoorstel tot wijziging van het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.

Bestemmeling: Commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat.

Korte inhoud: het voorliggend voorstel beoogt wijzigingen aan te brengen aan het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart en meer bepaald de voorwaarde tot “blijvende” invaliditeit te schrappen. Indien een handicap tijdelijk is en ten minste 1 maand aanhoudt is volgens dit voorstel de uitreiking van een kaart gewettigd, dit op voorwaarde dat een medisch attest de duur ervan verantwoordt en verduidelijkt.

Motivering: de auteurs van het voorstel hebben de mensen in gedachten die niet door een blijvende invaliditeit zijn getroffen, maar die nog volop aan het revalideren zijn (b.v. CVA-patiënten). Een tijdelijke kaart zou indien een langer gebruik nodig is elke 2 jaar moeten worden hernieuwd.

Opmerkingen van het Centrum
Het Centrum begrijpt de beweegredenen voor dit wetsvoorstel goed, maar wenst volgende opmerkingen te maken:

  • Het komt het Centrum voor dat de grens voor het bepalen van een tijdelijke handicap in dit voorstel – met name minimum 1 maand – (te) laag ligt, gelet onder meer op de praktische moeilijkheden die zich nu al voordoen voor het bekomen van dergelijke kaart (zie verder). Hoewel het verdrag het begrip handicap niet uitdrukkelijk definieert, bepaalt haar art. 1 personen met een handicap als 'personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving'. Een handicap wordt dus geacht een meervoudige (maatschappelijke) beperking van langere duur te zijn. De voorwaarden voor het bekomen van een parkeerkaart gaan in de buurlanden in dezelfde richting. In Frankrijk bepalen de voorwaarden voor het bekomen van een parkeerkaart dat mensen op 'langdurige' en 'in sterke mate' problemen hebben met stappen (de woorden 'durable' en 'importante' staan vermeld. De kaart blijft ook minimaal een jaar geldig [1]. In Nederland dient men permanent rolstoelgebonden te zijn of volgens onderzoek een afstand van meer dan 100 meter niet zelf te kunnen overbruggen [2]. De geldigheidsduur is per gemeente verschillend. In Duitsland tenslotte moet iemand ten minste een zogenoemde Schwerbehinderung hebben, dit is een handicap die minste 6 maanden aanhoudt [3].
  • Een andere opmerking is ook in hoeverre een verruiming van het aantal gerechtigden op een parkeerkaart de logge en trage procedures die nu reeds bestaan niet nog meer gaat belasten. Eind 2011 bleken nog 12.765 aanvragen hangende te zijn en bedraagt de gemiddelde duur van een aanvraag met medisch onderzoek 3 maanden [4].
  • Een derde opmerking houdt verband met de opvolging van tijdelijke en vervallen kaarten. Hoe zal dit gebeuren bij tijdelijke kaarten?
  • Een laatste zorg die Het Centrum wil uiten is er een rond de beschikbaarheid van parkeerplaatsen. Meer gerechtigden zal de druk op het bestaande aanbod aan aangepaste parkeerplaatsen verhogen en misschien ontoereikend maken voor iedereen.

Voetnoten

[1] http://vosdroits.service-public.fr/F2891.xhtml, geraadpleegd op 6 augustus  2012

[2] http://www.vsn.nl/wetrecht/regeling.php?regeling_id=39, geraadpleegd op 6 augustus 2012

[3] http://www.siegen.de/ols/page.sys/aufgabeID=282&mitarbeiter=first/283.htm, geraadpleegd op 6 augustus 2012.

[4] Gegevensbron: Belgische Senaat, schriftelijke vraag nr. 5-4918