Wetsvoorstel verblijfsvoorwaarde voor inkomensvervangende tegemoetkoming (2022)

25 april 2022
Actiedomein: Werk
Discriminatiegrond: Handicap
Bevoegdheidsniveau: Federaal

Personen met een handicap kunnen recht hebben op een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVK) om (een deel van) het inkomen te compenseren dat ze door hun handicap niet kunnen verdienen. Een nieuw wetsvoorstel wil nu extra voorwaarden opleggen om aanspraak te maken op de IVK. Daarvoor zouden mensen minimum 5 jaar onafgebroken in België moeten verblijven en zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente.

In dit advies schrijven het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM), Myria en Unia dat het wetsvoorstel in strijd is met de Grondwet en de internationale mensenrechten. 

Rechten van kwetsbare mensen beschermen

Het recht op sociale bijstand en recht op inclusie van personen met een handicap wordt gegarandeerd door de Grondwet en mag niet zomaar ingeperkt worden. In 2020 vernietigde het Grondwettelijk Hof al een wet die een verblijfsvoorwaarde van 10 jaar wilde invoeren. Het huidige wetsvoorstel geeft onvoldoende rechtvaardiging waarom een verblijfsvoorwaarde van 5 jaar wel gerechtvaardigd zou zijn. En dit terwijl een extra sterke rechtvaardiging net vereist is aangezien het gaat om mensen die zich in een situatie van meervoudige kwetsbaarheid bevinden, gebaseerd op hun handicap, hun verhoogde armoederisico en, in voorkomend geval, hun verblijfsstatus.

Daarnaast is het wetsvoorstel ook in strijd met de volgende internationale normen:

  • Artikel 28 (sociale bescherming) en artikel 18 (vrijheid van verplaatsing) van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;
  • Artikel 14 van het EVRM en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (verbod van indirecte discriminatie);
  • Artikel 13 van het Herziene Sociaal Handvest van de Raad van Europa (recht op sociale bijstand) en artikel 9 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (recht op sociale zekerheid);
  • Het beginsel van het vrij verkeer van EU-burgers zonder dat dit evenwel gerechtvaardigd is vanuit het oogpunt van “risico’s voor verstoring van het evenwicht van het socialezekerheidsstelsel”, zoals het HvJEU vereist.