Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Unia selecteerde een lijst met prioriteiten voor de nieuwe regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Tijdens de legislatuur volgen we de vooruitgang op deze punten van dichtbij op. 

1. Een helder antidiscriminatiekader

Evalueren van de gewestelijke antidiscriminatiewetgeving en goedkeuren van een gezamenlijk algemeen antidiscriminatiekaderdecreet en -ordonnanties.

De Brusselse gewestelijke antidiscriminatiewetgeving is vandaag verspreid over minstens zes verschillende ordonnanties, naargelang de materies: tewerkstelling, gewestelijk openbaar ambt, plaatselijke ambtenarij, huisvestingscode, goederen en diensten. Daarbij moet nog de regelgeving betreffende de bevoegdheden van de gemeenschapscommissies gevoegd worden. Deze situatie is op termijn onhoudbaar, al was het alleen maar vanuit een oogpunt van goed bestuur. Daarom beveelt Unia de goedkeuring aan van een ontwerp van een gezamenlijk algemeen kaderdecreet en -ordonnanties ter bestrijding van discriminatie, die van toepassing is op alle bevoegdheidsdomeinen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de gemeenschapscommissies met wetgevende macht (GGC en FGC), en die alle beschermde criteria op een coherente wijze dekt.

Dit proces zou moeten aanvangen met een evaluatie van de bestaande Brusselse antidiscriminatiewetgeving (criteria, beschermingsmechanismen, sancties …). En dit naar het voorbeeld van wat op federaal niveau en in de Duitse Gemeenschap werd verwezenlijkt, en ook al wordt besproken in Vlaanderen.

2. De strijd tegen discriminatie op de werkvloer faciliteren

Bijkomende middelen geven aan de gewestelijke werkgelegenheidsinspectie om meer proactief te worden in de handhaving van de antidiscriminatiewetgeving.

Op 16 november 2017 keurde het Brussels Parlement een ordonnantie goed die de werkgelegenheidsinspectie toeliet om mystery calls en praktijktesten uit te voeren. Hiermee behoort het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tot de meest vooruitstrevende overheden van Europa in het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt. De ordonnantie houdt echter beperkingen in m.b.t. de mogelijkheid van het uitvoeren van de discriminatietesten, die altijd moeten worden voorafgegaan door klachten of meldingen. Daarom beveelt Unia een aanpassing van de wetgeving aan, zodat de inspectie andere middelen dan klachten of meldingen mag ontwikkelen om testings te motiveren, zonder in willekeur te vervallen.

Anderzijds moet de inspectiedienst genoeg middelen krijgen om deze bijkomende taken efficiënt uit te voeren.

3. Terreinen voor woonwagenbewoners

Wettelijke, financiële en institutionele middelen inzetten om residentiële terreinen voor woonwagenbewoners aan te leggen en door de gewestelijke en/of lokale overheden te laten beheren.

Ook al erkent titel IX van de Huisvestingscode “mobiel wonen” als een volwaardige vorm van “behoorlijk wonen” (art. 191), toch is er een schrijnend tekort aan terreinen waar Brusselse woonwagenbewoners zich met enige rechtszekerheid kunnen vestigen. Er bestaat vandaag geen enkel terrein meer dat door een overheid wordt beheerd in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Dit heeft vergaande sociaal-economische gevolgen voor de Brusselse woonwagenbewoners, waardoor deze bevolking gestaag aan het verarmen is en steeds verder in de marges van de maatschappij wordt geduwd.

4. Een interferderaal plan tegen racisme

Het Brussels actieplan ter bestrijding van racisme bevestigen en uitbouwen als bijdrage tot een interfederaal antiracismeplan.

In de eerste maanden van 2019 heeft de regering van de vorige legislatuur zich ertoe verbonden om een meerjarig gewestelijk plan tegen racisme en discriminatie uit te voeren. (Equal.Brussels is belast met de coördinatie.) Omdat zo’n verbintenis zich niet vertaalt in wetgeving, beveelt Unia aan dat de nieuwe regering dat engagement bevestigt, het actieplan herziet in overleg met de stakeholders, en op interfederaal niveau het ontwikkelen promoot van een nationaal actieplan.