Omzendbrief betreffende het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake discriminatie en haatmisdrijven

17 juni 2013
Discriminatiegrond: Alle gronden
Bevoegdheidsniveau: Federaal

In 2011 had de overheid al haar intentie aangekondigd om een omzendbrief te ontwikkelen met duidelijke instructies voor een coherent vervolgingsbeleid inzake discriminatie en haatmisdrijven. In de loop van 2012 hebben verschillende werkvergaderingen plaatsgevonden om de nieuwe ‘COL’ op te stellen. Daarbij waren onder meer betrokken: het College van procureurs-generaal, de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, de federale en lokale politie, specialisten in inbreuken gepleegd door middel van internet, vertegenwoordigers van Justitie en Binnenlandse Zaken, magistraten, het Centrum en het Instituut voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Naast het aangeven van de betrokken wetgevingen en de verduidelijking van de verwachtingen tegenover de magistraten beschrijft de omzendbrief ook aan hoe de politiediensten kunnen bijdragen tot een betere opsporing en vervolging van discriminatie en haatmisdrijven. Daarnaast is het ontwikkelen van netwerken belangrijk, zowel binnen de politie als met referentiemagistraten en andere bevoegde instanties, zoals het Centrum of het Instituut. Het rendeert om te investeren in partnerschappen: de politie kan niet alles oplossen, maar kan wel de rol van doorverwijzer opnemen. In het kader van die partnerschappen hebben ook bemiddelingsdiensten een rol te spelen.