Woordenlijst | Unia

Woordenlijst

Frons je je wenkbrauwen bij sommige termen? Geen nood: hieronder geven we je een uitgebreide uitleg bij de moeilijkste woorden. 

Verwerpelijk motief of haatmotief

Wat is het motief van iemand om een misdrijf te plegen? Die vraag probeert een rechter te beantwoorden als hij een zaak behandelt. Als het om een verwerpelijk motief of haatmotief gaat, kan of moet de dader een zwaardere straf krijgen. We spreken dan niet over een gewoon misdrijf, maar over een haatmisdrijf.

Wat is een verwerpelijk motief of haatmotief?

  • Op een parking slaat een man een andere man in elkaar.

De dader in dit voorbeeld kan verschillende redenen of motieven hebben om de andere man te slaan. Hij verdedigde bijvoorbeeld een andere persoon, hij heeft al verschillende keren ruzie gehad met het slachtoffer en verloor zijn zelfbeheersing, hij wil het slachtoffer beroven van zijn geld, …

Wanneer spreken we dan van een verwerpelijk motief of een haatmotief? Als de dader het slachtoffer met opzet kiest, omdat hij tot een bepaalde groep behoort.

  • Op een parking slaat een man een andere man in elkaar, omdat die homo is.  

De dader wordt in dit voorbeeld gemotiveerd door zijn haat tegen, misprijzen van of vijandigheid ten opzichte van een bepaalde groep. In het voorbeeld is die groep: mensen die homo zijn.

Die groep moet een van de groepen zijn die door de antidiscriminatiewetgeving beschermd is.

Het is voldoende dat één van de motieven bestaat uit haat tegen, misprijzen van of vijandigheid tegen een persoon. De motieven worden door de rechter afgeleid uit hoe de dader zich gedroeg, wat hij zei of schreef, …

Voor de rechter is het niet belangrijk of een slachtoffer inderdaad tot de groep hoort die de dader wou raken. Wat telt is de motivatie van de dader.

  • Op een parking slaat een man een andere man in elkaar, omdat hij denkt dat die homo is (ook al is dat niet zo).  

Ook in dit voorbeeld spreken we dus van een verwerpelijk motief, en dus van een haatmisdrijf.  

Maar ook het omgekeerde telt: het is niet omdat een slachtoffer tot een bepaalde groep behoort, dat er sprake is van een verwerpelijk motief.

  • Op een parking slaat een man een andere man in elkaar, die homo is. Hij wil de portefeuille van de man stelen.

In dit voorbeeld slaat de dader de andere man in elkaar omdat hij hem wil beroven, niet omdat die homo is. We kunnen dus niet spreken van een verwerpelijk motief.  

Waarom is het verwerpelijk motief belangrijk?

Wordt er aangetoond dat de dader vanuit een verwerpelijk motief handelde? Dan kan of moet die van de rechter een zwaardere straf krijgen.

Dat werd vastgelegd in de strafwet.

Misdrijven met een verwerpelijk motief zijn namelijk niet alleen traumatisch voor het slachtoffer en de omgeving, maar creëren ook een gevoel van angst en onrust binnen de groep waartoe het slachtoffer behoort.  De dader stuurt de boodschap uit dat bepaalde personen of groepen volgens hem niet gewenst zijn in de samenleving.

  • Op een parking slaat een man een andere man in elkaar omdat die homo is. Andere koppels durven daardoor niet meer hand in hand in die buurt te lopen.

Daders kunnen vandaag voor heel wat misdrijven een strafverzwaring krijgen als ze vanuit een verwerpelijk motief handelden. Maar zo’n strafverzwaring is niet voor álle misdrijven voorzien. Unia wil daarom dat die strafverzwaring verder uitgebreid wordt naar een aantal andere misdrijven. Meer informatie daarover lees je in onze evaluatie van de antidiscriminatiewetgeving (punt 2.5.3.2.1).

Handicap

Van deze definitie van handicap bestaat ook: 

Een handicap werd lange tijd bijna uitsluitend beschouwd als een medisch probleem van het individu. In de afgelopen decennia werd deze benadering van een handicap grondig in vraag gesteld. Vandaag richt men de aandacht niet meer alleen op wat er niet werkt bij die ene persoon, maar ook op wat er niet werkt in de samenleving. In die zin ontstaat de handicap uit de confrontatie tussen een individu - die een of meerdere beperkingen heeft - en een omgeving die zich niet aan de eigenheden van deze persoon aanpast. De antidiscriminatiewetgeving en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (vanaf nu het VN-Verdrag genoemd) onderschrijven deze nieuwe aanpak volledig.

Zo definieert het VN-Verdrag personen met een handicap als volgt: 'personen met langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving'.

In deze definitie ligt de nadruk op datgene wat de 'situatie van handicap' veroorzaakt, en niet alleen op de persoon zelf. Het kan dus zijn dat een persoon in een bepaalde context een handicap heeft en in een andere niet.

  • Voorbeeld: een werknemer die moeite heeft met stappen, werkt in een gebouw met meerdere verdiepingen. Hij bevindt zich niet in een situatie van handicap wanneer zijn bedrijf een lift heeft, maar wel wanneer het geen lift heeft.

Deze ruimere benadering van de handicap omvat fysieke, zintuiglijke en intellectuele beperkingen, maar ook chronische of degeneratieve ziektes, psychische aandoeningen en in sommige gevallen zelfs obesitas. 

Er is een handicap zodra er een langdurige beperking is bij het uitvoeren van bepaalde taken.

  • Voorbeeld: een persoon die een been heeft gebroken, wordt niet beschouwd als een persoon met een handicap, tenzij hij/zij er op langere termijn gevolgen van ondervindt.

Binnen deze sociale visie op handicap is een erkenning van een officiële instantie niet nodig om als een persoon met een handicap te worden beschouwd en om recht te hebben op redelijke aanpassingen.