Welke discriminatiegronden zijn er?

De antidiscriminatiewetgeving - met federale wetten, decreten en ordonnanties - spreekt over zogenoemde 'beschermde criteria'. Discriminatie op grond van elk van die criteria is verboden en strafbaar.

Unia is bevoegd voor deze criteria:

Unia is niet bevoegd voor het criterium geslacht. In België is een specifiek orgaan opgericht voor kwesties rond de gelijkheid tussen vrouw en man en discriminatie op basis van het geslacht (met inbegrip van transgenders): het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Unia is ook niet bevoegd voor het criterium taal. Voor dit criterium is aan geen enkel overheidsorgaan een specifieke bevoegdheid toegewezen.

Alle criteria zijn identiek in het geheel van de antidiscriminatiewetgeving, dus zowel in de federale wetten, de decreten als de ordonnanties. Er zijn drie uitzonderingen:

De Antidiscriminatiewet voorziet in een evaluatie van de Antiracismewet, Antidiscriminatiewet en Genderwet. Die evaluatie, waarbij ook de lijst van de discriminatiegronden tegen het licht werd gehouden, gebeurde in 2016-2017. In februari 2017 werd het evaluatierapport van de expertencommissie voorgelegd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en de staatssecretaris voor Gelijke Kansen. Unia bereidde ook een eigen evaluatieverslag voor.     

Zie ook

Discriminatielexicon