Correctionele rechtbank Waals-Brabant, 3 oktober 2017

3 oktober 2017
Actiedomein: Werk
Discriminatiegrond: Racisme
Gerechtelijk arrondissement: Brussel

Mijnheer N. werd via een interimkantoor aangeworven om twee dagen te werken als slager in een supermarkt. Uit een test van enkele uren, en uit de twee dagen die mijnheer N. werkte als slager, werd duidelijk dat hij de nodige professionele competenties had voor deze functie. Nochtans werd zijn opdracht na twee dagen niet verlengd. Het hoofd van de slagerij stelde tegenover mijnheer N. dat zijn contract niet verlengd kon worden omdat verschillende klanten hadden gemeld dat ze geen zwarte persoon wilden in de slagerij. 

Correctionele rechtbank Waals-Brabant, 3 oktober 2017

Een strafrechtelijk onderzoek liet toe om twee cruciale getuigenissen te bekomen. Vooreerst bevestigde de bediende van het interimkantoor, schriftelijk, dat de werkgever de druk vanwege de klanten in verband met de huidskleur had ingeroepen om het interimcontract met mijnheer N. niet te verlengen. Daarnaast was er de getuigenis van een vroegere bediende die bevestigde dat het hoofd van de slagerij hem had gezegd dat het contract van mijnheer N. om deze reden niet verlengd zou worden.

Datum: 3 oktober 2017

Instantie: Correctionele rechtbank Waals-Brabant

Criterium: racisme

Beslissing:

De rechter van de correctionele rechtbank oordeelde dat er sprake was van discriminatie op grond van de huidskleur en dat de antidiscriminatiewet van toepassing was. Dit was niet alleen het geval in hoofde van degene die een beroep had gedaan op het interimcontract, de venootschap A., maar ook in hoofde van de fysieke personen binnen de vennootschap die beslissingen konden nemen op het vlak van de arbeidsbetrekkingen. De rechter weigerde aan de gerant het voordeel toe te kennen van de opschorting van de uitspraak. Dit gelet op de ernst van de feiten, de noodzaak om ze te bestraffen, de vaststelling dat dergelijke feiten de ontwikkeling van discriminatie in de maatschappij bevorderen en het gebrek aan schuldinzicht. De gerant van de vennootschap werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met uitstel en een geldboete van 1200 euro met uitstel voor de helft gedurende drie jaar. De vennootschap werd veroordeeld tot een geldboete van 3000 euro met uitstel gedurende drie jaar voor de helft van de straf.

Unia was betrokken partij.