Hof van beroep Brussel, 28 maart 2022

28 maart 2022
Actiedomein: Samenleving
Discriminatiegrond: Racisme
Gerechtelijk arrondissement: Brussel
Rechtsmacht: Hof van Beroep

Een jongeman wordt zwaar aangepakt door drie personen in het station van Aarschot waardoor hij op de sporen beland. Zijn zus filmt het hele gebeuren waarbij duidelijk racistische bewoordingen geformuleerd worden. De correctionele rechtbank van Leuven sprak zich hierover uit op 15 juni 2020.

Hof van beroep Brussel, 28 maart 2022

Datum: 28 maart 2022

Instantie: Hof van beroep Brussel

Criterium: racisme

De feiten 

Op 26 augustus 2018 stond een 15-jarige man op het perron van het station van Aarschot te wachten op een trein naar Antwerpen. Hij was vergezeld van zijn zus en twee kinderen. Hij werd tegengehouden door een man die hem verbaal en fysiek mishandelde. Twee vrouwen namen ook deel aan de agressie. De situatie ontaardde en de man duwde de jongen uiteindelijk met geweld op de rails en verhinderde dat hij kon terugkeren op het perron, waardoor zijn leven in gevaar kwam. De zus van de jongeman probeerde tussenbeide te komen om de verdachten en het slachtoffer te scheiden maar deelde daardoor eveneens in de klappen. De gebeurtenissen werden door de zuster gefilmd. Tijdens deze opname is duidelijk te horen dat de drie verdachten meerdere racisten opmerkingen maken, zoals “Ga terug naar je land!” 

In juni 2020 veroordeelde de correctionele rechtbank van Leuven de daders en oordeelde dat de expliciete racistische uitlatingen niet los konden worden gezien van de gewelddaad. Twee van de drie verdachten besloten in beroep te gaan.

Unia was burgerlijke partij in deze zaak, naast de slachtoffers en de NMBS.  

Juridische kwalificatie 

De verdachten werden door het parket vervolgd voor:

  • Slagen en verwonding, met als verzwarende omstandigheid een haatdragend motief en het feit dat het slachtoffer minderjarig was (artikelen 392, 398, 405bis en 405quater van het Wetboek van Strafrecht); 

Besluit 

Het hof van beroep bevestigt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg, acht het misdrijf bewezen en erkent het haatmotief.

Het hof volgde de beklaagden niet, die stelden dat de racistische uitlatingen niet aan de basis van het geweld lagen, maar er het gevolg van waren. De rechtbank was van oordeel dat het niet ging om een eenvoudige ruzie die ontaardde in geweld met racistische opmerkingen.

De verdachten werden veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en een geldboete van 800 euro, met probatie-uitstel gedurende vijf jaar. 

De jongeman en zijn zus kregen een schadevergoeding van respectievelijk 10.000 en 1.000 euro. Unia kreeg een schadevergoeding van 600 euro.

Aandachtspunten

Het hof onderstreept in zijn arrest uitdrukkelijk de enorme en blijvende gevolgen van deze agressie voor het toen 15-jarige slachtoffer, dat sindsdien aan angst- en stemmingsstoornissen lijdt. Als gevolg van de aanval kon het slachtoffer lange tijd niet naar school en moest hij zich laten behandelen voor posttraumatische stress.

Verschillende studies (waaronder het onderzoek van de Koning Boudewijnstichting naar de ervaringen van slachtoffers van haatmisdrijven) hebben al aangetoond dat de impact van haatmisdrijven op slachtoffers bijzonder groot is. Slachtoffers van haatmisdrijven zijn het doelwit op basis van een intrinsiek kenmerk waarover zij geen controle hebben, waardoor de gevolgen van haatmisdrijven voor hen bijzonder ernstig zijn. 

Afgekort: Brussel, 28-03-2022

Downloads