Rechtbank eerste aanleg Antwerpen, correctionele afdeling Antwerpen, 30 juni 2021

30 juni 2021
Discriminatiegrond: Seksuele geaardheid
Gerechtelijk arrondissement: Antwerpen

Een politieteam moet tussenkomen bij een burenruzie en krijgt daarbij slagen toegediend en allerlei verwijten over seksuele geaardheid.

Rechtbank eerste aanleg Antwerpen, correctionele afdeling Antwerpen, 30 juni 2021

Datum: 30 juni 2021

Instantie: Rechtbank eerste aanleg Antwerpen, correctionele afdeling Antwerpen

Criterium: seksuele geaardheid

De feiten  

Op 26 september 2020 stelde een man zich zowel verbaal als fysiek bijzonder agressief op ten aanzien van de politie. Op het adres van beklaagde moest een politieteam tussenkomen naar aanleiding van een burenruzie. Tijdens deze interventie kregen de aanwezige politieagenten slagen toegediend. Ze kregen eveneens opmerkingen te horen zoals "flikkers, ik haat homo's, ik hak hun kop eraf" en "ik heb iets tegen homo's, ik doe allemaal hun kop eraf",  "vuile flikkers", "ik poep a moeder, ik poep a moeder heel kalm", "ge kunt beter een doodskist bestellen" en dergelijke meer. 

Unia stelde zich in deze zaak geen burgerlijke partij. 

Juridische kwalificatie  

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor de volgende tenlasteleggingen:  

  • Aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of leden ervan (art. 22,4° van de Antidiscriminatiewet).   
  • Mondelinge beledigingen jegens dragers van het openbaar gezag met de omstandigheid van een homofoob motief (art. 448 en 453bis Strafwetboek).  
  • Opzettelijke slagen of verwondingen aan een politie-inspecteur in de uitvoering van het ambt (art. 280 en 398 Strafwetboek). 
  • Smaad aan dragers van het openbaar gezag (art. 276 Strafwetboek). 
  • Weerspannigheid (art. 269 Strafwetboek). 
  • Mondelinge bedreigingen (art. 327 Strafwetboek). 

Beslissing 

Op basis van de vaststellingen door de politie en (gedeeltelijk) de bodycam-beelden, werden alle tenlasteleggingen bewezen verklaard. 

Met betrekking tot het aanzetten tot haat, oordeelde de rechtbank dat men de kwaadwillige intentie van de beklaagde kon afleiden uit de ‘virulente toon’ waarop de beklaagde zich uitdrukte en de krachtige terminologie die hij gebruikte. De rechtbank benadrukte dat er op een expliciete manier vijandigheid en minachting werd getoond ten aanzien van de politieagenten tijdens de uitoefening van hun ambt. Bovendien werd op een vijandige en minachtende manier verwezen naar het kenmerk seksuele geaardheid.   

Gezien de ernst van de feiten werd de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden en een boete van 800 euro.  

Aandachtspunten  

Wat interessant is aan dit vonnis, is dat de rechtbank de verdachte gelijktijdig veroordeelt voor weerspannigheid, smaad, bedreigingen, aanzetten tot haat en beledigingen. Dit zijn misdrijven die elkaar deels overlappen. Op die manier geeft de rechtbank de duidelijke boodschap dat ordehandhavers tijdens de uitoefening van hun functie respect verdienen. 

Afgekort: Rb. 1ste A. Antwerpen, corr.afd.Antwerpen