Correctionele rechtbank Brussel, 23 juni 2021

23 juni 2021
Actiedomein: Samenleving
Discriminatiegrond: Seksuele geaardheid
Gerechtelijk arrondissement: Brussel

Een lesbisch koppel kust elkaar in het Brusselse zuidstation en krijgt een stamp toegediend.

Correctionele rechtbank Brussel, 23 juni 2021

Datum: 23 juni 2021

Instantie: correctionele rechtbank Brussl

Criterium: seksuele geaardheid

Actiedomein: samenleving

De feiten  

Een lesbisch paar wandelt in het Brusselse Zuidstation naar het metrostation. Ze kussen elkaar en een persoon zegt: «Dit is knap!». De partner van het slachtoffer antwoordt: «Jij, jij bent niet knap». De beklaagde gaat terug de roltrap op en richt zich tot hen door zijn geslachtsdelen vast te houden en te zeggen: «Waarom, houden jullie soms niet van lullen?». In hun aangifte bij de politie maken de slachtoffers, eerder in het algemeen, gewag van ‘lesbofobe beledigingen’. Toen zij later langs het perron liepen en van de beklaagde wegliepen, kwam hij van achteren toegelopen en schopte een van de vrouwen zeer gewelddadig tegen haar scheenbeen. Door deze aanval werd het been van het slachtoffer gebroken, was ze verschillende maanden werkonbekwaam en werd zij psychisch erg getroffen.   

Unia was burgerlijke partij in deze zaak, samen met de slachtoffers en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM). De beklaagde liet verstek gaan.  

Juridische kwalificatie  

De beklaagde werd door het openbaar ministerie gedagvaard wegens:  

  • Slagen en verwondingen met een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden tot gevolg (artikelen 398 en 400 Strafwetboek).   
  • Schending van de seksismewet van 22 mei 2014 (artikelen 2 en 3). 

Aangezien in de dagvaarding geen melding werd gemaakt van een mogelijk lesbofoob haatmotief, stelde Unia zich burgerlijke partij om een herkwalificatie van de feiten te vragen. Het IGVM verzocht ook om een herkwalificatie wegens een gendergerelateerd haatmotief.  

Beslissing  

De correctionele rechtbank achtte de twee oorspronkelijke tenlasteleggingen gegrond, maar verwierp de verzoeken om herkwalificatie wegens een haatmotief. 

De rechtbank oordeelde namelijk dat niet was aangetoond dat één van de motieven voor de aanval haat, minachting of vijandigheid jegens vrouwen of lesbiennes was. 

Wat het seksisme betreft, was de rechtbank op basis van de gemaakte opmerkingen van de beklaagde van oordeel «dat de twee vrouwen duidelijk tot hun seksuele dimensie werden herleid door de beklaagde, wiens gedrag, gelet op de context (namelijk opmerkingen in het openbaar en in het openbaar vervoer waar een soort vrijpostigheid heerst ten aanzien van een lesbisch paar) tot een ernstige aantasting van de waardigheid van de twee slachtoffers heeft geleid».  

De beklaagde werd strafrechtelijk veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en een boete van 1.600 euro. Burgerrechtelijk werd aan het slachtoffer een voorlopige schadevergoeding van 20.000 euro toegekend. Er werd ook een deskundige aangesteld om de schade nauwkeuriger vast te stellen.   

Aandachtspunten  

Dit is één van de weinige toepassingen van de seksismewet van 22 mei 2014. Dit is ook de gelegenheid om eraan te herinneren dat deze wet ook de bestraffing van mondelinge uitlatingen, en dus niet alleen van daden, mogelijk maakt tegenover particulieren.  

Het feit dat het haatmotief in deze zaak niet werd weerhouden, herinnert ons eraan dat het belangrijk is de aanwezigheid van dit motief tijdens het onderzoek actief te onderzoeken. Zoals de rechtbank opmerkte, werden in deze zaak geen getuigen gehoord (ondanks hun massale aanwezigheid én ondanks dat sommigen werden geïdentificeerd) en werd de beklaagde niet verhoord over de lesbofobe of vrouwvijandige connotatie van zijn daad.  

Afgekort: Corr.rb.Brussel, 23-06-2021