Hof van beroep Gent, 7 juni 2022

7 juni 2022
Actiedomein: Samenleving
Discriminatiegrond: Geloof of levensbeschouwing
Gerechtelijk arrondissement: Oost-Vlaanderen
Rechtsmacht: Hof van Beroep

Wanneer getuigen van Jehovah zich uit de geloofsgemeenschap terugtrekken, worden ze uitgesloten en sociaal geïsoleerd. Volgens het hof van beroep in Gent is het niet bewezen dat de vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen aanzet tot discriminatie of segregatie.

Hof van beroep Gent, 7 juni 2022

Datum: 7 juni 2022

Instantie: Hof van beroep Gent

Criterium: geloofsovertuiging

De feiten

Op 16 maart 2021 oordeelde de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, dat het uitsluitingsbeleid van de vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen aanzet tot discriminatie of segregatie en de psychische integriteit en de waardigheid van de geviseerde personen aantast. Kritiek wordt niet getolereerd door de vzw en zelfs gesanctioneerd door uitsluiting uit de geloofsgemeenschap. De getuigen krijgen instructies over de wijze waarop het uitsluitingsbeleid moet worden toegepast.

Tegen het vonnis van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent werd hoger beroep aangetekend.

Unia was burgerlijke partij in deze zaak, naast een aantal ex-getuigen.

Juridische kwalificatie  

De vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen werd vervolgd 

  • voor het aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een persoon (voor het publiekelijk bekend maken van de uitsluiting uit de geloofsgemeenschap) en
  • voor het aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep (voor het propageren en onderrichten van het uitsluitingsbeleid in de lokale geloofsgemeenschappen) (artikel 22 van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007).

Beslissing  

Het hof van beroep oordeelt dat in hoofde van de vzw niet is bewezen dat werd aangezet tot discriminatie of segregatie jegens een persoon of een groep en ontslaat haar van rechtsvervolging. De vorderingen van de burgerlijke partijen worden ongegrond verklaard.

Wanneer iemand de geloofsgemeenschap verlaat, dan wordt de naam van de betrokkene publiekelijk bekend gemaakt in de gemeenschappelijke religieuze ruimten. Maar, zo stelt het hof van beroep, het louter bekend maken van die naam kan op zich niet aanzetten tot discriminatie tegenover de bedoelde persoon.

Daarnaast voert de geloofsgemeenschap een mijdingsbeleid tegenover ex-leden door te propageren en onderrichten dat elk contact moet worden vermeden tussen leden van de geloofsgemeenschap en ex-leden. Het mijdingsbeleid roept, aldus het hof van beroep, niet letterlijk op tot discriminatie in de zin van intimidatie, noch letterlijk tot haat of geweld.

De burgerlijke partijen verwezen evenwel naar de praktische gevolgen van het mijdingsbeleid dat leidt tot een sociaal isolement van de ex-leden. Het hof van beroep heeft evenwel geen enkele aanwijzing dat het mijdingsbeleid leidt tot een veralgemeende sociale isolatie. Het leidt hoogstens tot een sociale isolatie ten aanzien van andere leden van de geloofsgemeenschap.

De vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen mag richtlijnen uitvaardigen die vriendschapsbanden sterk afraden of als zondig bestempelen, voor zover die richtlijnen niet aanzetten tot kennelijk wederrechtelijke gedragingen zoals belaging, bedreiging, pesterijen … Het ligt anders voor aanzetten tot het verbreken van banden met ouders, kinderen of echtgenoten. Maar, zo stelt het hof van beroep, uit het strafdossier kan niet worden afgeleid dat het mijdingsbeleid een dusdanig verregaande draagwijdte heeft.

Aandachtspunten

Tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 juni 2002 werd cassatieberoep aangetekend.

Afgekort: Gent, 07-06-2022