Ex-gelovigen uitsluiten of viseren kan niet volgens de Antidiscriminatiewet, zegt de rechter

16 maart 2021
Actiedomein: Samenleving
Discriminatiegrond: Geloof of levensbeschouwing

Een geloofsgemeenschap mag afvallige leden nooit aan een ‘uitsluitingsbeleid’ onderwerpen, vaak met erg schadelijke gevolgen voor de familiebanden van de betrokken mensen. De rechtbank van eerste aanleg in Gent heeft vandaag in dit verband de vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen veroordeeld tot een geldboete van 96.000 euro voor het aanzetten tot discriminatie en haat tegen ex-leden.  

“Het gaat om een primeur”, zegt Els Keytsman, directeur van Unia. “Het is de eerste keer dat deze vzw strafrechtelijk wordt veroordeeld. Niet zozeer de sanctie, maar de erkenning van de wanpraktijken van de vzw is in deze zaak van belang. De vzw viseert een bepaalde groep en individuele personen die ze sociaal compleet isoleert en psychologisch zwaar beschadigt. We hopen dat deze veroordeling een belangrijk signaal is. Het is een principiële uitspraak. Ze onderstreept het belang van grondrechten voor leden, zoals het fundamentele recht op vrijheid van godsdienst, het recht om van geloof te veranderen en het recht op vrije meningsuiting dat moet worden geëerbiedigd”. Unia krijgt 500 euro schadevergoeding en 240 euro rechtsplegingsvergoeding.  

De vzw Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen voerde een uitsluitingsbeleid ten aanzien van personen die de geloofsgemeenschap hadden verlaten. Deze gang van zaken had bijzonder negatieve gevolgen voor de betrokken personen. De bal ging aan het rollen in 2015. Unia diende een eenvoudige klacht in bij het Parket Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, en ondersteunde 16 individuele slachtoffers die zich in dit dossier in eigen naam burgerlijke partij stelden.   

Geen alleenstaand geval 

Sinds de start van de rechtszaak ontving Unia nog meldingen over praktijken van Getuigen van Jehovah die niet stroken met de Antidiscriminatiewet. 

Uit een enquête (2015) bij 1.055 gewezen Getuigen van Jehovah in de VS, Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, blijkt dat mensen die deze geloofsgemeenschap willen verlaten, vaak volledig uitgesloten worden door de andere gelovigen. Maar liefst 65% van de ondervraagden zei dat het gevoerde uitsluitingsbeleid hun familiebanden volledig had verbroken of minstens ernstig had beschadigd. Zowat driekwart van de ex-Getuigen was het slachtoffer geworden van ‘shunning’, een formele beslissing van de geloofsgemeenschap om elke interactie te vermijden.   

In 90% van de gevallen kregen de betrokkenen te horen dat zij werden genegeerd omdat zij niet langer tot de geloofsgemeenschap behoorden. En meer dan 70% van de families verbrak doelbewust de banden met de uitgeslotene omdat hen dit werd voorgeschreven door het ‘Besturend Lichaam’. In 59% van de gevallen erkenden familieleden dat de ‘afvallige’ werd uitgesloten in de hoop dat hij of zij opnieuw zou terugkeren naar Jehovah’s Getuigen.