Religieuze symbolen in de privé- of publieke ruimte

Mag je levensbeschouwelijke en religieuze symbolen dragen in openbare ruimtes? En wat mag je doen binnen de muren van je eigen huis?

Religieuze symbolen in de privé- of publieke ruimte

Privéruimte: individuele vrijheid centraal

Thuis mag je in feite doen wat je wil: je individuele vrijheid staat daar centraal. Die vrijheid is absoluut, zolang je geen strafbare feiten pleegt.

Bijvoorbeeld: tijdens een privéavond met enkele gasten heeft de bewoner volledige individuele vrijheid om zijn of haar religie te beleven hoe hij of zij dat wil. Die vrijheid geldt uiteraard niet als hij of zij de gasten bijvoorbeeld aanzet tot haat, discriminatie of geweld, of als hij of zij een misdrijf, (zoals opzettelijke slagen en verwondingen) pleegt, enz.

Openbare ruimte: individuele vrijheid, maar er zijn uitzonderingen

Ook op plaatsen die voor iedereen toegankelijk zijn (zoals straten, pleinen, de metro, het station, …) primeert de individuele vrijheid. Dat wil zeggen dat de overheid op die plaatsen niet mag verbieden dat burgers levensbeschouwelijke of religieuze symbolen dragen. Op die regel bestaan wel enkele uitzonderingen.

Geen kledij die het gezicht bedekt

In een publieke ruimte mag je levensbeschouwelijke en religieuze symbolen dragen, zolang je gezicht onbedekt blijft. In België bestaat er namelijk een verbod op gezichtsbedekkende kledij.

Dit verbod wordt ook wel het boerkaverbod genoemd. Dat komt omdat het algemeen verbod op gezichtsbedekkende kledij ook vrouwen raakt die een boerka of nikab willen dragen. Zij mogen niet op publiek toegankelijke plaatsen komen als hun gezicht volledig of gedeeltelijk bedekt of verborgen is, zodat ze niet herkenbaar zijn. Doen ze dat toch? Dan kunnen ze gestraft worden met een geldboete en/of gevangenisstraf.

Belgisch verbod internationaal getoetst

Het Grondwettelijk Hof, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het mensenrechtencomité van de VN bogen zich al over de vraag of zo’n verbod op gezichtsbedekkende kledij in strijd is met de mensenrechten. Hun conclusies spreken elkaar tegen:

  • Volgens het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is het Belgische verbod niet in strijd met de mensenrechten. Dat oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaken Belcacimi & Ouassar tegen België, Dakir tegen België en SAS tegen Frankrijk. Het Europees Hof zegt dat een algemeen verbod op gezichtsbedekkende kledij ingegeven wordt door een bezorgdheid om ‘het samenleven’ mogelijk te maken. Zonder minimale garanties om het samenleven door sociale communicatie en menselijke relaties mogelijk te maken, komen volgens het Hof de ‘rechten en vrijheden van de anderen’ in gevaar. Daarom is het verbod noodzakelijk in een democratische samenleving.
  • Het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties vindt het verbod daarentegen disproportioneel, omdat het vergaande gevolgen heeft voor vrouwen die zo’n kledingstuk omwille van religieuze redenen dragen.

Gelaat zichtbaar op identiteitskaarten en paspoorten

Ook identiteitskaarten en paspoorten hebben specifieke regels. Het is toegestaan om met een hoofddeksel op de foto te staan*:

  • als het hoofddeksel gedragen wordt om religieuze of medische redenen;
  • als de burger hiervoor een ernstige reden geeft;
  • én als het gelaat helemaal vrij is (voorhoofd, kaken, neus, ogen, kin).

Hoewel de dienst bevolking en burgerlijke stand hierbij geen attest van de verantwoordelijke religieuze gemeenschap mogen eisen, gebeurt dat in de praktijk soms wel. Unia schreef daarom een aanbeveling over religieuze hoofddeksels op paspoorten of identiteitsdocumenten.

* Volgens de Algemene Onderrichtingen betreffende de elektronische ID, de Onderrichtingen betreffende de afgifte van paspoorten in België aan Belgische onderdanen door gemeente- en provinciebesturen en de kwaliteitseisen pasfoto voor een paspoort.

Lees meer over het dragen van religieuze symbolen:

Blijf op de hoogte

Wil je de activiteiten van Unia volgen? Dat kan op verschillende manieren: