Carnaval en de grenzen van de vrijheid van expressie

De carnavalsoptochten en volksfeesten staan (vaak) bol van stereotiepe voorstellingen van (vaak) minderheden. De bedoeling van dit rapport is de kwestie van de vrijheid van expressie te objectiveren en los te maken van de vaak hoog oplaaiende emoties en de ingenomen patstellingen. 

In België bestaat een zeer lange traditie van carnavalsoptochten en andere volksfeesten. Carnavalsoptochten, en andere volksfeesten, worden vaak gekenmerkt door hun bijtende spot en nietsontziende satire. Carnaval staat gelijk aan anarchie: alle remmen lijken los en gedurende enkele dagen mag op een bepaalde plaats met alles en iedereen gelachen worden.

Unia ontvangt jaarlijks meldingen die gerelateerd kunnen worden aan de carnavalsoptochten en andere volksfeesten.

  • Aan de ene kant voelen burgers zich gekwetst door de stereotiepe en weinig respectvolle voorstellingen van (vaak) minderheden en de, naar hun aanvoelen, grensoverschrijdende gedragingen.
  • Aan de andere kant begrijpen burgers niet waarom lokale volkse tradities, met een lange voorgeschiedenis, en verankerd in het sociale weefsel, plots in vraag worden gesteld door “derden” en ineens zo gevoelig liggen bij bepaalde minderheden. 

Omdat vaak dezelfde vragen en bekommernissen terugkomen in die meldingen, rijpte bij Unia het idee om een rapport uit te werken waarin dieper wordt ingegaan op zowel het sociologische-historische kader van carnaval als op de (wettelijke) grenzen van de vrijheid van expressie in België.