Arbeidshof Luik, afdeling Luik, 24 oktober 2022

24 oktober 2022
Actiedomein: Andere domeinen
Discriminatiegrond: Handicap
Gerechtelijk arrondissement: Luik
Rechtsmacht: Arbeidshof

Een behandeling van dysfasie wordt niet terugbetaald wanneer er eerder al een terugbetaling was voor een behandeling van dyslexie.  Een jongen werd verkeerdelijk gediagnosticeerd met dyslexie. Daardoor kreeg hij daarna geen terugbetaling voor de behandeling van dysfasie. Het arbeidshof oordeelt dat dit discriminerend is en dat de behandeling van dysfasie toch moet worden terugbetaald.

Arbeidshof Luik, afdeling Luik, 24 oktober 2022

Datum: 24 oktober 2022

Instantie: arbeidshof Luik, afdeling Luik

Criterium: handicap

Actiedomein: sociale bescherming

De feiten   

Een jongen wordt gediagnosticeerd met dyslexie en krijgt van de mutualiteit toestemming om logopedie te volgen. De behandeling werpt geen vruchten af. Een nieuwe diagnose toont aan dat de jongen geen dyslexie (schrijfstoornis), maar wel dysfasie (taalstoornis) heeft.

Voor dyslexie heeft men recht op 140 sessies bij een logopedist. Voor dysfasie daarentegen heeft men recht op 384 sessies gedurende een periode van 2 jaar, met een mogelijke verlenging (tot de volle leeftijd van 17 jaar) met maximaal 96 sessies per jaar.

De ouders dienden bij het ziekenfonds een nieuwe aanvraag in voor de terugbetaling van de behandeling voor dysfasie. Maar dit werd geweigerd. In de nomenclatuur staat namelijk dat er geen terugbetaling is voor de behandeling van dysfasie wanneer er eerder al een terugbetaling was voor de behandeling van dyslexie.

Beslissing

Het arbeidshof bevestigt een vonnis van de arbeidsrechtbank Luik, afdeling Verviers van 13 september 2021 en oordeelt dat de behandeling voor dysfasie toch moet worden terugbetaald. Het arbeidshof heeft hiervoor drie argumenten.

  • Overmacht

De ouders van de jongen hadden een beroep gedaan op gespecialiseerde hulpverleners die initieel de diagnose van dyslexie hadden gesteld. Volledig buiten de wil van de ouders was een verkeerde diagnose gesteld. Ze dienden niet de gevolgen te dragen van een verkeerde diagnose die voor hen een geval van overmacht vormde.

  • Discriminatie op basis van de laattijdigheid van de diagnose

Het arbeidshof meent dat er sprake is van discriminatie. Wie het geluk heeft om een juiste diagnose te krijgen vooraleer de behandeling start, krijgt een terugbetaling. Wie pech heeft en een verkeerde diagnose krijgt, krijgt geen terugbetaling. Twee categorieën van personen die zich in eenzelfde situatie bevinden (kinderen met dysfasie) worden dus verschillend behandeld. Dit is strijdig met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Artikel 159 van de Grondwet bepaalt dat de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen slechts mogen toepassen in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. De bepaling uit de nomenclatuur is strijdig met het gelijkheidsbeginsel en mag niet worden toegepast.

  • Discriminatie op basis van de afwezigheid van dyslexie

In de nomenclatuur wordt geen onderscheid gemaakt tussen kinderen die aanvankelijk een verkeerde diagnose van dyslexie kregen en kinderen die aanvankelijk een juiste diagnose van dyslexie kregen. Beide categorieën van kinderen worden uitgesloten van een terugbetaling voor dysfasie na een eerdere behandeling voor dyslexie. Twee categorieën van personen die zich in een verschillende situatie bevinden (kinderen zonder dyslexie en kinderen met dyslexie) worden dus gelijk behandeld. Opnieuw mag op basis van artikel 159 Grondwet en het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel de bepaling uit de nomenclatuur niet worden toegepast.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Luik, afd. Luik, 24-10-2022

Vergelijkbare rechtspraak Arbeidshof Luik, afdeling Luik, 24 oktober 2022

11 januari 2022

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, 11 januari 2022

In de polis van een verzekering gewaarborgd inkomen wordt een uitzondering voorzien voor het geval waarin de arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit een psychische aandoening van de verzekerde. De arbeidsrechtbank oordeelt dat die uitzondering strijdig is met de Antidiscriminatiewet en bijgevolg nietig is. Artikel 15 Antidiscriminatiewet bepaalt immers dat bepalingen die strijdig zijn met de Antidiscriminatiewet, en bedingen die bepalen dat een contracterende partij bij voorbaat afziet van de rechten die door de Antidiscriminatiewet worden gewaarborgd, nietig zijn.
8 juli 2022

Arbeidshof Brussel, 8 juli 2022

De verhoogde kinderbijslag op grond van handicap wordt beschouwd als een inkomen en in mindering gebracht van het leefloon dat het OCMW toekent. In eerste aanleg oordeelde de arbeidsrechtbank dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel uit de Grondwet, maar dat het niet aan de arbeidsrechtbank toekwam om deze lacune in de regelgeving op te vullen. Het arbeidshof oordeelt daar anders over en houdt onder meer rekening met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.