Oproepen tot haat op de radio: Raad van State bevestigt sanctie tegen RTBF

22 november 2019
Actiedomein: Media/internet
Discriminatiegrond: Racisme

De Raad van State heeft het beroep van de RTBF verworpen. De Franstalige openbare omroep betwistte de sanctie die de Conseil Supérieur de l’Audiovisuel (CSA) haar had opgelegd. Die sanctie kwam er nadat presentator Alain Simons op de radio Vivacité Charleroi uitspraken deed die aanzetten tot haat. Unia en de CSA zijn tevreden met deze beslissing van de Raad van State.

De beslissing van de Raad van State verduidelijkt de toepassing van het audiovisuele recht rond het aanzetten tot haat en discriminatie. Een goede zaak, vinden de CSA en Unia. “Wanneer het gaat over het haatboodschappen, worden er vaak ook vragen over de vrijheid van meningsuiting gesteld”, zegt Patrick Charlier, directeur van Unia. “We zoeken vanuit Unia telkens de meest geschikte reactie om op haatboodschappen te reageren: van een morele veroordeling tot een gerechtelijke sanctie. Om de vrijheid van meningsuiting te vrijwaren, is het voor Unia altijd al essentieel geweest dat de ‘bijzondere opzet’ bij haatboodschappen bewezen wordt. De beslissing van de CSA, die bevestigd werd door de uitspraak van de Raad van State, biedt nu een extra mogelijkheid.”

Over welke uitlatingen gaat het?

Op 26 november 2016 waarschuwde de presentator luisteraars van Vivacité Charleroi om “de aanwezigheid van sluipende zigeuners” in de gaten te houden, de deuren goed te sluiten en voorzorgsmaatregelen te nemen als ze “steelbare spullen” in hun huis hadden. Daarna regende het klachten bij de CSA. Ook Unia contacteerde de regulator.

Na een onderzoek door het Collège d’autorisation et de controle (CAC) van de CSA, veroordeelde de CSA de RTBF tot het uitsturen van een persbericht. De RTBF moest daarin het publiek informeren dat ze uitlatingen had uitgezonden die aanzetten tot haat of discriminatie, wat in strijd is met het decreet rond audiovisuele mediadiensten.

De RTBF publiceerde het persbericht, maar vocht daarna de beslissing van de CSA aan bij de Raad van State. De RTBF vond dat de presentator niet “van plan” was geweest om “te discrimineren”, en dat de sanctie dus onevenredig was met het oog op de vrijheid van meningsuiting.

Unia diende een verzoek tot interventie in deze zaak in: dat werd door de Raad van State gunstig onthaald, zodat Unia het argument van de CSA kon versterken.

Verantwoordelijkheid van de media verduidelijkt

De Raad van State meent dat de CSA bevoegd was om de RTBF te straffen, omdat het decreet rond audiovisuele mediadiensten de CAC de specifieke bevoegdheid geeft om sancties op te leggen bij haatboodschappen in de audiovisuele media die aanzetten tot haat of discriminatie. Op die basis heeft de CSA ook gehandeld. Ook al kunnen dit soort uitlatingen ook onder het toepassingsgebied van de federale Antiracismewet vallen, dat mag volgens de Raad van State de CSA niet beletten om zelfstandig op te treden, zonder rekening te moeten houden met de verschillende toepassingsvoorwaarden van die wet.

Anders dan in de Antiracismewet bepaalt het decreet rond audiovisuele mediadiensten een “redactionele aansprakelijkheid”. Die aansprakelijkheid houdt niet noodzakelijk een burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid in. Met andere woorden: de CSA straft niet de presentator Alain Simons, maar de verantwoordelijke uitgever en dus de RTBF. Het is niet nodig om te bewijzen dat de auteur van de haatboodschappen “de intentie had om te discrimineren” om de verantwoordelijkheid van die uitgever te impliceren. De RTBF heeft hierbij dus een “objectieve aansprakelijkheid”, want de RTBF is als uitgever onderworpen aan het decreet rond audiovisuele mediadiensten.