Terugtrekking van Vlaanderen: het personeel van Unia spreekt

14 maart 2022
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Alle gronden

Wij, medewerkers van Unia, hebben lang gezwegen om het overleg over de toekomst van mensenrechten in Vlaanderen en over onze jobs alle kansen te geven. Maar nu het Vlaamse mensenrechteninstituut (VMRI) vorm begint te krijgen, kunnen we niet anders dan ons uitspreken. Als experten inzake mensenrechten zijn we zeer bezorgd over de evolutie in Vlaanderen.

Wij staan met onze bezorgdheid niet alleen. Middenveld en adviesraden protesteerden eerder al omdat het huidige ontwerp voor het nieuwe Vlaamse mensenrechteninstituut niet goed zit. Op vlak van mensenrechten gaat Vlaanderen erop achteruit en heel wat prangende vragen blijven onbeantwoord. Minister Somers blijft koppig de bezorgdheden van deze adviesraden, het middenveld en zelfs zijn eigen coalitiepartner van tafel vegen.

Vanaf 2023 zal Unia niet langer bevoegd zijn om mensen te helpen die slachtoffer worden van discriminatie wanneer het gaat over levensdomeinen die onder de Vlaamse bevoegdheden vallen., zoals onderwijs of huisvesting. Op het eerste zicht lijkt dit een eenvoudige uitstap, waarbij bevoegdheden simpelweg van het interfederale Unia naar het nieuwe Vlaamse instituut worden overgeheveld. Bij Unia krijgen we dagelijks discriminatiemeldingen waaruit blijkt dat de realiteit heel wat minder eenvoudig is. Denk bijvoorbeeld aan meldingen rond discriminatie op de arbeidsmarkt, een domein waarvoor zowel de federale als het Vlaamse niveau bevoegdheden hebben. Dit levert situaties op die zo complex zijn dat niemand echt weet of het probleem zich op Vlaams, dan wel op federaal niveau situeert. In het uiterste geval beslist een rechter daarover. Hoe moeten slachtoffers dan weten tot welke instelling ze zich moeten wenden?

Nog complexer wordt het wanneer feiten zich in Brussel situeren, waar Vlaamse, federale en Brusselse wetgeving elkaar kruisen en waar scholen en instellingen van verschillende gemeenschappen naast elkaar liggen. Ben je slachtoffer van discriminatie op een bus van De Lijn die door Brussel rijdt? Dan moet je je wenden tot het nieuwe Vlaamse instituut. Als je echter aan de bushalte slachtoffer bent, dan moet je je tot Unia wenden. Deze kafkaiaanse versnippering krijg je niet uitgelegd aan de burger. De Nederlandstalige Brusselaars worden zelfs niet genoemd in het ontwerpdecreet. De oplossing die de minister voorstelt, namelijk één uniek loket, is onvoldoende om te garanderen dat mensen in Vlaanderen en Brussel gemakkelijk de weg zullen vinden naar de juiste hulp. Bovendien bestaat er vandaag al één loket waar slachtoffers zich kunnen melden. Dat loket heet Unia.

Mensenrechtenexpertise wordt slachtoffer van politieke spelletjes

De beslissing om uit Unia te stappen is een politieke beslissing. De werking van Unia werd door Vlaanderen nooit geëvalueerd. Wel werd ons het werk moeilijk gemaakt door niet-aflatende aanvallen op onze instelling. We staan daarin niet alleen. Ook andere mensenrechtenorganisaties zoals het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen of het Hannah Arend Instituut, worden verdacht gemaakt door beleidsmakers.

De beslissing van de Vlaamse regering is op meerdere vlakken een aderlating voor Unia. Daarbij werd ons steeds voorgehouden dat de opgebouwde expertise rond mensenrechten niet verloren mocht gaan. Meer zelfs: dat deze expertise noodzakelijk was om een nieuwe performante Vlaamse instelling te creëren. Onze collega’s verleenden dan ook al hun medewerking aan het kabinet van de minister en de Vlaamse administratiedie de denkoefening rond het Vlaams mensenrechteninstituut doet. Recent werd echter duidelijk dat minister Somers geen enkel engagement wil opnemen en de Unia-collega’s botweg in de kou zet. Het gevolg is het politiek gemotiveerd ontslag van een twaalftal competente en gespecialiseerde medewerkers. Het is ongezien dat er geen overdracht van personeel is, ook niet naar andere diensten of werfreserves. Dit betekent een nettoverlies van belangrijke expertise en een gevaarlijk precedent voor andere administraties.

Als personeel van Unia strijden we elke dag voor meer gelijkheid en een inclusieve samenleving. We behandelen jaarlijks meer dan 10.000 meldingen, controleren deze op hun juridische ontvankelijkheid en staan slachtoffers bij met advies. Indien nodig onderhandelen we vervolgens tussen verschillende partijen. Als dat niet lukt, staan we het slachtoffer bij voor de rechtbank.

Deze unieke expertise gaat nu verloren én het Vlaamse mensenrechteninstituut verliest bovendien het mandaat om slachtoffers bij te staan voor de rechtbank. Vanaf 2023 zal de Vlaming dus meer betalen voor minder rechtsbescherming, want het budget voor het nieuwe Vlaamse instituut is zo’n vijf keer hoger dan de huidige Vlaamse investering in Unia.

Het personeel van Unia is fier op haar werk. We zijn een instelling met internationale uitstraling, dankzij gedreven en gespecialiseerd personeel. Wij vragen de Vlaamse regering met aandrang om deze expertise niet verloren te laten gaan en onze mensen niet omwille van politieke sentimenten op straat te zetten. Daar wordt alleen de burger de dupe van. Ook vragen wij, als experten inzake mensenrechten, om het huidige ontwerpdecreet grondig te herzien, zodat de mensenrechten in Vlaanderen er niet op achteruitgaan.

Vergelijkbare artikels

23 juni 2022

Unia behandelde recordaantal discriminatiedossiers in 2021

De kaap van 10.000 meldingen werd in 2021 bereikt. Unia opende hierover 2.379 individuele dossiers over situaties van discriminatie, haatspraak of haatmisdrijven. "Achter deze dossiers gaan vooral 2.379 mensen schuil die zich gediscrimineerd hebben gevoeld en voor wie Unia de handen uit de mouwen steekt om oplossingen te vinden", zegt directeur Els Keytsman bij de publicatie van het jaarverslag 2021 van de mensenrechteninstelling.

1 maart 2022

Waarom het belangrijk is dat gelijkheidsorganen naar de rechtbank kunnen stappen

De Vlaamse regering kiest voor een gelijkheidsorgaan met geschillenkamer die niet-bindende oordelen zal vellen als basis voor het nieuwe Vlaamse Mensenrechteninstituut (VMRI). Ze haalt daarvoor de inspiratie bij de werking van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens. Daarbij vergeet ze echter de juridische bijstand aan melders die naar de Geschillenkamer of eventueel later de rechtbank willen stappen. Dat betekent een achteruitgang van de bescherming die vandaag bestaat in België en die ook in Nederland gegarandeerd wordt door de gemeentelijke antidiscriminatiebureaus.