De evaluatie door het VN-comité voor de rechten van personen met een handicap

Alle staten die het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap hebben geratificeerd, worden om de vier jaar beoordeeld door het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende stappen in de evaluatie.

De tweede evaluatie van België

In 2019 bereidt het Comité voor de rechten van personen met een handicap, hierna het VN-Comité genoemd, zijn tweede evaluatie van België voor. Het VN-Comité zal worden onderzoeken wat België heeft gedaan om de de rechten van personen met een handicap te waarborgen en er zal bekijken in hoeverre hun inclusie in de samenleving vooruitgegaan is.

Voor deze tweede evaluatie van België is de rapportageprocedure vereenvoudigd. Dit betekent dat België een lijst met vragen van het VN-Comité krijgt en die moet beantwoorden.

Unia en het maatschappelijk middenveld - vertegenwoordigd door het Belgium Disability Forum en GRIP (Gelijke Rechten voor Ieder Persoon met een handicap) - hebben een schriftelijke bijdrage ingediend bij het VN-Comité. Daarmee informeerden ze het Comité over de vooruitgang die de Belgische overheden al dan niet maakten in hun taak om het verdrag uit te voeren.

Naast deze schriftelijke bijdragen hadden Unia, GRIP en het BDF op 28 en 29 maart 2019 ook een apart gesprek met de rapporteur voor ons land en spraken zij voor het voltallige Comité van experts in de rechten van personen met een handicap. Het doel van deze vergadering was om invloed uit te oefenen op de lijst met vragen die het VN-Comité aan België voorlegt. Op basis van de eerste bevindingen stelde het Comité een vragenlijst op die door de Belgische Staat en de deelstaten moeten worden beantwoord. België ontving de vragenlijst eind april.

In het kader van een gewone rapportageprocedure worden de verschillende stappen van de evaluatie van België door het VN-Comité hieronder in detail beschreven. De vereenvoudigde procedure slaat de eerste drie stappen over.

De evaluatieprocedure

1ste stap : statelijk rapport

De eerste stap voor de evaluatie is het statelijk rapport dat België zelf opstelt. Daarin wordt opgesomd wat de Belgische staat en de verschillende gemeenschappen en gewesten gedaan hebben om de verplichtingen die voortvloeien uit het VN-Verdrag na te komen. Het statelijk rapport vormt de basis van de verdere evaluatie. Vaak zijn rapporten die door de staten zelf worden geschreven onvoldoende kritisch of laten ze belangrijke zaken onderbelicht.

2de stap : alternatieve rapporten

Ngo’s krijgen de kans om zelf een rapport aan het VN-Comité over te maken.

In deze rapporten – die ook ‘schaduwrapporten’ worden genoemd – kunnen ngo’s een kritische reflectie geven op het rapport van de staat en/of kunnen ze aandachtspunten naar voren schuiven over de situatie van personen met een handicap in België.

Voor de eerste evaluatie van België maakten GRIP en het Belgian Disability Forum elk een schaduwrapport over aan het VN-Comité. Die schaduwrapporten vind je terug op de websites van de beide organisaties of op de website van het VN-Comité.

Zelf een schaduwrapport indienen? De richtlijnen vind je op de website van het VN-Comité.

3de stap : parallel rapport

Unia is in 2011 aangewezen als het onafhankelijke mechanisme dat toeziet op de uitvoering van het VN-verdrag. Bij dit mandaat hoort de taak om voor elke evaluatie van België een verslag voor te leggen aan het VN-comité. Dit verslag wordt een "parallel rapport" genoemd.

4de stap : vragenlijst aan België

Op basis van het statelijk rapport, de schaduwrapporten en het parallel rapport stelt de rapporteur van het VN-Comité een list of issues op. Dat is een lijst met vragen naar meer verduidelijking over bepaalde thema’s.

De Belgische staat heeft 1 jaar de tijd om die vragen te beantwoorden.

Unia en ngo’s kunnen hun feedback geven voor of na het antwoord van de staat. Eventueel kunnen ze daarbij reageren op het antwoord van de Belgische staat.

In het kader van de vereenvoudigde procedure hebben Unia en het maatschappelijk middenveld de mogelijkheid om deze lijst met vragen te sturen. Zij hebben ook de mogelijkheid om te reageren op de antwoorden van respectievelijk België en de deelstaten door een parallel rapport en alternatieve rapporten.

5de stap : Overleg met het Comité

Unia, ngo’s en andere organisaties kunnen tot vier weken voor de opening van de zittingsperiode verzoeken om een afzonderlijk overleg met het VN-Comité. Dat verzoek kan geweigerd worden.

Dit overleg biedt de gelegenheid om de prioriteiten in herinnering te brengen en nieuwe informatie te verstrekken of om bepaalde thema’s uit te diepen.

6de stap : Openbare zitting

De openbare zitting wordt bijgewoond door een delegatie van de Belgische staat en Unia. De sessie is verdeeld over twee halve dagen.

De openbare zitting biedt het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap de gelegenheid om bijkomende vragen te stellen aan de Belgische overheden.

Naast de openbare zittingen kunnen ngo's nevenevenementen (side events) organiseren om de leden van het VN-Comité te informeren.

7de stap : Concluding Observations

Ten slotte bereidt de rapporteur de concluding observations – de slotopmerkingen – voor. Het VN-Comité bekrachtigt die. Ze vermelden

  • de positieve en negatieve aspecten en de factoren die de uitvoering van het Verdrag afremmen.
  • aanbevelingen van het VN-Comité aan de Belgische staat. In de volgende evaluatie gaat het Comité dan na in hoeverre die aanbevelingen opgevolgd zijn.

Het VN-comité en de Belgische staat maken de slotopmerkingen bekend. Ze worden ook overgemaakt aan de Algemene Vergadering en de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

Op basis van de slotopmerkingen bepaalt Unia zijn strategie en prioriteiten voor de volgende jaren. De slotopmerkingen zijn voor Unia een belangrijk instrument om de verschillende overheden aan te sporen om het VN-Verdrag beter uit te voeren.

De slotopmerkingen van het VN-Comité uit 2014 zijn beschikbaar in het Nederlands, Frans en Engels.

Unia bepaalt haar strategie en prioriteiten voor de komende jaren op basis van deze slotopmerkingen. Het is een essentieel instrument om Unia te helpen de verschillende overheden aan te moedigen om het verdrag verder uit te voeren.

Wanneer? Een eerste evaluatie vindt plaats twee jaar na de ratificatie van het verdrag. De volgende evaluaties gebeuren om de vier jaar. De evaluatie gebeurt steeds aan het einde van een rapportageprocedure.

Wie? Het VN-comité brengt internationale deskundigen op het gebied van handicap bijeen. Een van hen is benoemd tot rapporteur voor België.

Waarom? Omdat België het verdrag in 2009 geratificeerd heeft en zich ertoe verbonden heeft het te respecteren. Sommige rechten zijn onmiddellijk na de ratificatie van toepassing, andere mogen stap voor stap uitgevoerd worden. Het Comité evalueert daarom de de voortgang van de uitvoering van het verdrag in België.

Waar zijn we nu? In 2019 begon de tweede evaluatie van België.

Mensenrechten : werk mee aan de evaluatie van België