De evaluatie van België door het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap: een chronologie

Alle staten die het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap geratificeerd hebben, worden door het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap geëvalueerd. De eerste keer gebeurt dat twee jaar na ratificatie van het Verdrag, daarna om de vier jaar. Het VN-Comité bestaat uit experts inzake handicap uit verschillende landen; een van hen wordt aangesteld als rapporteur. De evaluatie door het VN-Comité is niet bindend, maar heeft wel een hoog moreel gezag.

Hieronder geven we een chronologisch overzicht van de evaluatie van België door het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap. Ngo’s worden bij verschillende stappen aangemoedigd om hun inbreng te leveren.

Het statelijk rapport

De eerste stap voor de evaluatie is het statelijk rapport dat België zelf opstelt. Daarin wordt opgesomd wat de Belgische staat en de verschillende gemeenschappen en gewesten gedaan hebben om de verplichtingen die voortvloeien uit het VN-Verdrag na te komen. Het statelijk rapport vormt de basis van de verdere evaluatie. Vaak zijn rapporten die door de staten zelf worden geschreven onvoldoende kritisch of laten ze belangrijke zaken onderbelicht.

Schaduwrapporten

Ngo’s krijgen de kans om zelf een rapport aan het VN-Comité over te maken.

In deze rapporten – die ook ‘schaduwrapporten’ worden genoemd – kunnen ngo’s een kritische reflectie geven op het statelijk rapport van de staat en/of kunnen ze aandachtspunten naar voren schuiven over de situatie van personen met een handicap in België.

Richtlijnen voor het indienen van een schaduwrapport zijn te vinden op de website van het VN-Comité.

Voor de eerste evaluatie van België maakten GRIP en het Belgian Disability Forum elk een schaduwrapport over aan het VN-Comité. Die schaduwrapporten vind je terug op de websites van de beide organisaties of op de website van het VN-Comité.

Parallel Rapport

In zijn hoedanigheid van onafhankelijke instantie maakt Unia voor elke evaluatie een rapport over aan het VN-Comité. Dat rapport wordt het ‘parallel rapport’ genoemd.

List of Issues

Op basis van het statelijk rapport, het parallel rapport en de schaduwrapporten stelt de rapporteur een list of issues op. Dat is een lijst met vragen naar meer verduidelijking over bepaalde thema’s. De Belgische staat moet die vragen vervolgens beantwoorden.

Ook Unia en ngo’s kunnen hun feedback geven op de list of issues. Eventueel kunnen ze daarbij reageren op het antwoord van de Belgische staat.

Overleg met het Comité

Unia, ngo’s en andere organisaties kunnen tot vier weken voor de opening van de zittingsperiode verzoeken om een afzonderlijk overleg met het VN-Comité. Dat verzoek kan geweigerd worden.

Openbare zitting

Tijdens de openbare zitting gaat het VN-Comité in dialoog met de Belgische staat. De zitting wordt gespreid over twee halve dagen (tweemaal drie uur) en verloopt als volgt:

  • De Belgische staat stelt zijn statelijk rapport voor en licht nieuwe ontwikkelingen toe.
  • Het VN-Comité stelt vragen aan de Belgische staat.
  • De Belgische staat maakt afsluitende opmerkingen.

De zitting is openbaar. Dat betekent dat Unia, verenigingen van personen met een handicap en andere organisaties of personen de zitting kunnen bijwonen. Daarvoor moeten ze wel op voorhand een verzoek indienen.

In de marge van de openbare zitting kunnen ngo’s side-events organiseren om de leden van het VN-Comité extra inlichtingen te geven.

Concluding Observations

Na de openbare zitting bereidt de rapporteur de concluding observations – de slotopmerkingen – voor. Die slotopmerkingen worden vervolgens bekrachtigd door het VN-Comité. Ze vermelden de positieve en negatieve aspecten en de factoren die de tenuitvoerlegging van het Verdrag belemmeren. Er worden ook aanbevelingen in gedaan. De concluding observations worden publiek gemaakt door het VN-Comité en door de Belgische staat, en ze worden overgemaakt aan de Algemene Vergadering en de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

Op basis van de slotopmerkingen bepaalt Unia zijn strategie en prioriteiten voor de volgende jaren. De slotopmerkingen zijn voor Unia een belangrijk instrument om de verschillende overheden aan te sporen om het VN-Verdrag beter uit te voeren.

Follow-up

In de slotopmerkingen kan het VN-Comité de staat verzoeken om binnen een bepaalde termijn (maximaal twaalf maanden) extra informatie over bepaalde problematieken voor te leggen. De rapporteur legt na ontvangst van die informatie een follow-uprapport voor aan het VN-Comité. Sowieso controleert het VN-Comité tijdens de volgende vierjaarlijkse evaluatie of België de aanbevelingen uit de slotopmerkingen heeft opgevolgd.

De tweede evaluatie van België

Het VN-Comité bereidt zijn tweede evaluatie van België voor. Het zal kijken naar wat België al ondernomen heeft om de rechten van personen met een handicap in ons land beter te garanderen en in welke mate hun inclusie in de samenleving erop vooruitgegaan is. Het Comité bezorgt daarvoor een lijst met vragen aan de Belgische overheden. Om die vragenlijst voor te bereiden, hebben Unia, het BDF en Grip aan het Comité een bijdrage bezorgd.

Unia had op 28 en 29 maart 2019 een apart gesprek met de rapporteur voor ons land en heeft gesproken voor het voltallige Comité van experts in de rechten van personen met een handicap. Unia informeerde hen over de vooruitgang die de Belgische overheden op bepaalde vlakken hebben gemaakt in de uitvoering het VN-verdrag en de vertraging die ze op andere vlakken opliepen. Die informatie gaf het Comité een idee in welke richting de vragen aan België het best zouden gaan.

De Belgische overheden krijgen 1 jaar de tijd om te antwoorden op de vragen. Daarna zal het Comité een evaluatierapport over België uitbrengen.