Stop discriminatie van mensen die een hoofddeksel dragen tijdens rechtszitting

16 december 2018
Actiedomein: Politie en justitie
Bevoegdheidsniveau: Federaal

Unia beveelt aan om het artikel 759 in het Gerechtelijk Wetboek aan te passen zodat er een einde wordt gemaakt aan de bepaling die een indirecte discrimininatie inhoudt voor personen die tijdens een hoorzitting een hoofddeksel dragen omwille van religieuze of medische redenen.

Stop discriminatie van mensen die een hoofddeksel dragen tijdens rechtszitting

Pas het Gerechtelijk Wetboek aan zodat mensen met een hoofdbedekking wegens geloofsovertuiging of medische redenen niet gediscrimineerd worden 

Unia stelt vast dat sommige Belgische rechters het dragen van hoofddeksels verbieden voor personen die rechtszittingen bijwonen, zelfs indien het hoofddeksel om religieuze of medische redenen wordt gedragen. De rechters baseren zich hierbij op artikel 759 van het Gerechtelijk Wetboek, dat het volgende voorziet: "De toehoorders wonen de zittingen bij met ongedekten hoofde, eerbiedig en stilzwijgend; alles wat de rechter tot handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd." 

Unia is van oordeel dat het proportionele karakter van deze verbodsmaatregel niet is aangetoond, ook al gaat het om een wettelijke bepaling die een legitiem doel nastreeft – namelijk zorgen voor het goede verloop van de zitting. Het verbieden van religieuze tekens voor personen die zittingen bijwonen is volgens Unia in strijd met het discriminatieverbod en de vrijheid van godsdienst. Mensen die om medische redenen hun hoofd bedekken, bijv. ten gevolge van haarverlies bij een chemotherapie, worden door deze verbodsbepaling ook geraakt. 

Unia ziet zich hierin gesteund door een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens41. Het Hof stelde dat België het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden door een moslima uit een rechtszaal te weren omdat ze een hoofddoek draagt. Dit vormt volgens het Hof een inbreuk op artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. 

Unia dringt er dan ook op aan om het bewuste artikel (759) aan te passen als volgt: "De toehoorders wonen de zittingen met passende eerbied en stilzwijgend bij; alles wat de rechter tot handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd." 

Tussentijds vraagt Unia een restrictieve toepassing van de desbetreffende bepaling en bijkomend dat het Ministerie van Justitie een omzendbrief en de Hoge Raad voor de Justitie een herinnering zouden sturen naar alle Belgische rechtbanken en hoven om hen te wijzen op deze restrictieve interpretatie. 

Memorandum 2019

Deze aanbeveling staat in het memorandum van Unia voor de verkiezingen 2019.