Controle via scan-cars blijkt discriminerend voor personen met een handicap

13 mei 2022
Discriminatiegrond: Handicap

Sinds 2020 voert Parking.brussels in verschillende gemeenten in het Brussels Gewest parkeercontrole via scan-cars. De technologie die daarvoor wordt gebruikt laat niet toe op een efficiënte manier na te gaan of er een Europese parkeerkaart voor personen met een handicap aanwezig is in de wagen. De Brusselse rechtbank van eerste aanleg achtte de praktijk discriminerend.

De Brusselse reglementering voorziet in gratis parkeren zonder tijdsbeperking voor houders van deze kaart indien zij is aangebracht op de binnenzijde van de voorruit van het voertuig. De parkeerkaart voor personen met een handicap is gekoppeld aan een persoon en niet aan een voertuig: sommige personen met een handicap zijn niet in staat hun eigen voertuig te besturen of hebben geen eigen wagen. In dergelijke gevallen laten ze zich vervoeren door hun naasten, familieleden, diensten, enz.   

Ten gevolge van deze parkeercontrole met scan-cars bij Parking.brussels werd er ten onrechte een groot aantal betalingsverzoeken verstuurd naar personen met een handicap, ook al hadden zij de parkeerkaart aangebracht zoals wettelijk voorgeschreven. Sinds 2020 werden er duizenden retributies op deze basis aangevochten en vervolgens geannuleerd.   

Sinds de komst van de scan-cars in verschillende steden klagen Unia en CAWaB (Collectif Accessibilité Wallonie-Bruxelles) aan dat het met de oplossingen die voorliggen niet mogelijk is om te vermijden dat houders van de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap onterecht kosten worden aangerekend. Unia werd gecontacteerd door een slachtoffer dat in 11 maanden tijd 9 betalingsverzoeken had ontvangen, hoewel haar parkeerkaart correct was aangebracht.   

Daarom besloten Unia, de CAWaB en de melder in oktober 2021 naar de rechtbank te trekken om een einde te maken aan deze discriminerende praktijken die een niet-gerechtvaardigde last vormen voor personen met een handicap.

Bijkomende discriminerende handelingen

Op 2 mei 2022 oordeelde de voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg dat het geautomatiseerde parkeercontrolesysteem - zoals Parking.brussels dat met behulp van scan-cars organiseert - leidt tot indirecte discriminatie op grond van handicap. De rechter benadrukte dat Parking.brussels een controlesysteem heeft ingevoerd dat van personen met een handicap andere en bijkomende handelingen vereist dan die waarin de federale en regionale wetgeving voorzien.   

De rechter heeft het parkeerbedrijf bevolen een einde te maken aan deze discriminatie door alle nodige maatregelen te nemen om te verzekeren dat er tot de voertuigen die volgens de scan-cars in overtreding zijn, geen voertuigen behoren waarbij er een parkeerkaart voor personen met een handicap aan de binnenzijde van de voorruit is aangebracht. Het parkeerbedrijf krijgt, op straffe van dwangsom, vier maanden de tijd om zich naar het vonnis te schikken. Het Hof beval ook tot betaling van een schadevergoeding van 1300 euro aan het slachtoffer.                                                                                    

Tegen het vonnis kan er nog beroep worden aangetekend.   

Unia en CAWaB zijn verheugd dat de rechtbank Parking.brussels eraan herinnert het bij het uitvoeren van parkeercontrole niet is toegestaan afbreuk te doen aan de rechten van personen met een handicap. Dit vonnis komt tegemoet aan de eisen van de sector, die regelmatig het onwettige karakter van deze controle aanklaagt, omdat personen met een handicap bijkomende voorwaarden worden ogpgelegd, naast hetgeen in de geldende regelgeving is bepaald. 

Vergelijkbare artikels