Covid Safe Ticket: welke lessen kunnen we eruit trekken?

3 maart 2022
Discriminatiegrond: Andere gronden

Unia analyseert het gebruik van het Covid Safe Ticket en de impact daarvan op onze rechten – in het bijzonder bij de toegang tot de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en schoolactiviteiten.

Hier en daar wordt het einde van de epidemie aangekondigd. Maar wordt dat ook het einde van de pasjesmaatschappij? Niet voor zij die voorstander zijn van een dergelijk instrument dat snel opnieuw kan worden geactiveerd. Maar vooraleer we uitkijken naar opvolgers als de vaccinatiepas, kan een blik in de achteruitkijkspiegel ons veel leren: dat het CST ook synoniem is geweest voor weigeringen van zorg, onevenredige eisen op de arbeidsmarkt en moeilijkheden voor ouders in het onderwijs.

Een medisch attest met denigrerende opmerkingen over de niet-gevaccineerde patiënt, de vraag naar een CST op de vooravond van een afspraak bij de tandarts, de voorwaarde om gevaccineerd te zijn om stage te mogen lopen of om een oudervergadering te kunnen bijwonen, ... Waar het CST een manier was om de verspreiding van het virus tegen te gaan, bleek het voor sommigen ook een discriminerende maatstaf in hun dienstverlening. In 2021 was driekwart van de gevallen van discriminatie of haatmisdrijven in verband met COVID-19 ingegeven door een onderscheid op grond van gezondheidstoestand. In 20% van de gevallen vond dit onderscheid plaats op het werk. Daarnaast betrof één op de tien gevallen de gezondheidszorg en één op tien het onderwijs.

“Uitzonderingen op een grondrecht moeten restrictief worden geïnterpreteerd, wat een basisbeginsel is in een democratische staat” benadrukt Unia-directeur Els Keytsman. De wetgever heeft uitdrukkelijk bepaald dat een aantal sectoren niet onder het toepassingsgebied van het CST vallen. Dat bevestigt dat de uitoefening van het recht op onderwijs, werk of gezondheid niet afhankelijk mag worden gesteld van een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat.