Socio-economische Monitoring 2017: origine bepaalt kans op werk

12 december 2017
Actiedomein: Werk
Discriminatiegrond: RacismeAndere gronden

In België bepaalt je herkomst nog steeds voor een groot deel je succes op de arbeidsmarkt. Die terugkerende vaststelling is voor Unia onaanvaardbaar.

De derde Socio-economische Monitoring (Arbeidsmarkt en origine) is net gepubliceerd. Dit rapport is het resultaat van twee jaar samenwerking tussen de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en Unia, met de steun van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en het Rijksregister. Het rapport maakt een inventaris van de bevolking tussen 18 en 64 jaar en combineert gegevens over hun origine en migratieachtergrond (verblijfsduur, verwerving van de nationaliteit enz.) met informatie over hun positie op de arbeidsmarkt in de periode 2008-2014.

De bevindingen laten geen twijfel bestaan: er is geen sprake van gelijke kansen, zeker niet in termen van werkkwaliteit. Herkomst blijft een bepalende factor om de ongelijkheden op de arbeidsmarkt te verklaren. De kloof tussen mensen van Belgische en vreemde origine is overduidelijk, vooral als je kijkt naar leeftijd en geslacht.

De Socio-economische Monitoring 2017 bevestigt eens te meer dat mensen van vreemde origine erg ver achterophinken op de Belgische arbeidsmarkt. In 2014 bedroeg de tewerkstellingsgraad van mensen van Belgische origine 73 %, tegenover 42,5 % voor mensen uit sub-Saharaans Afrika, 42,2 % voor mensen uit een Europees land buiten de EU, 44,3 % voor mensen uit Maghreblanden en 46,0 % voor mensen uit kandidaat-EU-lidstaten (vooral uit Turkije).

Bij gelijke diploma's bepaalt de herkomst voor een groot deel het succes op de arbeidsmarkt

Het is geen verrassing dat de tewerkstellingsgraad samen met het opleidingsniveau toeneemt. Dit geldt voor iedereen, maar vooral voor mensen van Belgische origine.

Deze gunstige ontwikkeling is echter veel minder uitgesproken bij mensen van vreemde origine. Hoewel in België de zeer moeilijke integratie van laaggeschoolden op de arbeidsmarkt het grootste probleem blijft, toont het rapport aan dat een hoog opleidingsniveau niet alle ongelijkheden tussen werknemers van Belgische en vreemde origine wegneemt. Bij mensen met een hoog opleidingsniveau, maar van niet-EU-origine, ligt de tewerkstellingsgraad 10 procentpunten lager dan bij werknemers van EU-origine (uitgezonderd personen van Belgische origine). "Zelfs met eenzelfde diploma doen mensen van Belgische origine het doorgaans heel wat beter op de arbeidsmarkt dan anderen", benadrukt Els Keytsman. "Dit duidt erop dat onze economie er niet in slaagt om de competenties van iedereen optimaal te benutten." 

Opleidings- en loonniveau

Het loonniveau evolueert doorgaans parallel met het opleidingsniveau: hoe hoger het opleidingsniveau, des te hoger het loon.

De vooruitgang die op het vlak van opleiding wordt geboekt, weerspiegelt zich echter niet evenredig in de looncategorieën. Hoe komt het dat meer dan 12,3 % werknemers van Belgische origine met een laag opleidingsniveau een hoog loon hebben, terwijl dit slechts het geval is bij 4,2 % van de werknemers afkomstig uit een Maghrebland of bij 1,2 % werknemers uit Aziatische landen met een vergelijkbaar opleidingsniveau? Ongeveer 60 tot 80 % van de werknemers die tot deze laatste groepen behoren, vallen in de categorie 'lage lonen', tegenover ongeveer 40 % werknemers van Belgische origine met een laag opleidingsniveau.

Hetzelfde gaat op voor werknemers met een hoog opleidingsniveau: 57,4 % van de werknemers van Belgische origine heeft een hoog loon; bij werknemers afkomstig uit Maghreblanden of uit een kandidaat-EU-lidstaat bedraagt dit percentage slechts 30 %. We stellen dus vast dat de loonvoordelen die met een hoog opleidingsniveau samenhangen, sterk verschillen naargelang de origine van de werknemer.

Etnostratificatie

Etnostratificatie verwijst naar het fenomeen waarbij je herkomst bepaalt in welk segment van de arbeidsmarkt je terechtkomt.

De Monitoring bevestigt dat mensen van vreemde origine oververtegenwoordigd zijn in de tewerkstellingssectoren die het minst goed betalen en die het meest precair zijn. Meestal gaat het om sectoren met onregelmatige werkuren en zwaar werk.

Unia stelt vooral een oververtegenwoordiging vast in de uitzend-, de bouw-, de schoonmaak- en de horecasector. Werknemers van vreemde origine kennen intussen een betere toegang tot de arbeidsmarkt, maar de kloof met werknemers van Belgische origine blijft verontrustend groot, zeker wanneer de uitsplitsing in sectoren aantoont dat er geen sprake is van gelijke kansen.

Dubbele handicap voor vrouwen van vreemde origine

De Monitoring 2017 wijst verder op de belangrijke rol van de gezinssamenstelling en van het geslacht. De loon- en tewerkstellingskloof tussen mannen en vrouwen is in de periode van 2008 tot 2014 kleiner geworden, maar blijft groot, zeker als we met de origine rekening houden. Vooral bij vrouwen met kinderen is die opvallend.

Vrouwen van vreemde origine, hoewel die een hoger opleidingsniveau hebben, vinden we opvallend vaak in de lagere loonniveaus terug. De oververtegenwoordiging van vrouwen van vreemde origine met een werkloosheidsuitkering bevestigt de hypothese van de werkloosheidsval: het lage loon laat niet toe om de kosten gelinkt aan werk (crèches, kinderopvang, transport enz.) en het verlies van de werkloosheidsuitkering te compenseren.

De publieke sector

De publieke sector biedt heel wat tewerkstellingsmogelijkheden voor mensen van vreemde origine. Maar ook hier blijken de jobs niet gelijk verdeeld te zijn. De sectoren administratie, onderwijs en zorg staan open voor vrouwen en mannen van vreemde origine en de sector van het openbaar vervoer vooral voor mannen van vreemde origine.

Ook in het type overeenkomst stellen we grote verschillen vast naargelang de origine. Mensen van vreemde origine hebben meestal overeenkomsten als arbeider of werknemer. 58,2 % van de mensen van Belgische origine hebben een ambtenarencontract, terwijl dit minder het geval is voor Maghrebijnen (21,5 %) en Afrikanen (15,2 %).

Dit betekent dat mensen van vreemde origine wel degelijk toegang tot de publieke sector hebben, maar veel minder vaak tot het statuut van ambtenaar.

Vaststellingen en acties

Origine blijft een bepalende factor om de ongelijkheden op de arbeidsmarkt te verklaren. De kloof tussen mensen van Belgische origine, mensen uit EU-lidstaten en mensen van buiten de EU is overduidelijk en versterkt de ongelijkheden die toe te schrijven zijn aan het opleidingsniveau, het geslacht en de leeftijd. "Hoewel werk - zoals wel vaker wordt geclaimd - een cruciale factor voor sociale integratie blijft, moeten we bijzondere aandacht besteden aan zij die een opleiding volgen om een diploma te behalen dat hen toegang tot de arbeidsmarkt biedt", zegt Els Keytsman. "Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat er aanwijzingen blijven van discriminatie tussen twee kandidaten met eenzelfde opleiding, maar van verschillende origine."

Als verklaring voor de achterstand op de arbeidsmarkt haalt Unia verschillende factoren aan, zoals de ongelijkheid in het onderwijs of individuele en structurele discriminatie.

De integratie van mensen van vreemde origine op de arbeidsmarkt moet helemaal bovenaan op de agenda van het sociaal overleg staan. Unia pleit ook voor de organisatie van een Interministeriële Conferentie Werkgelegenheid. "Gecoördineerde inspanningen op alle beleids- en bevoegdheidsniveaus kunnen tot structurele oplossingen leiden."

Els Keytsman bevestigt nog maar eens het essentiële karakter van de antidiscriminatiewetgeving op de arbeidsmarkt. "De strijd tegen discriminatie moet een prioriteit blijven voor de ministers van Werk, samen met opleiding en bewustmaking."

Unia dringt ook aan op een versterkt toezicht op het effectief toepassen van de antidiscriminatiewetgeving. Het erkent de vooruitgang die in Brussel en binnenkort ook op federaal niveau wordt geboekt: "Praktijktests kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot het objectiveren van discriminerend gedrag", zegt Els Keytsman. "Een verstrengd toezicht door de overheden zal bedrijven en sectoren ook automatisch tot zelfregulering dwingen", besluit Els Keytsman.

Vergelijkbare artikels

27 april 2018

Werknemer krijgt celstraf voor negationisme

Een man is door de correctionele rechtbank van Antwerpen veroordeeld tot 5 maanden cel en een geldboete voor  verschillende misdrijven, waaronder een strafbare inbreuk op de Negationismewet op de werkvloer. De man verkondigde in het bijzijn en ten aanzien van verschillende collega’s waaronder een aantal met een migratieachtergrond, dat “Hitler nog te braaf was en het vergassen van de Joden slechts een detail was in de geschiedenis.” Unia stelde zich burgerlijke partij.

12 maart 2018

Rechter noemt gevolgen kanker voor eerste keer handicap

Een werkgever had voor aanpassingen moeten zorgen, zodat een vrouw die door kanker lang niet kon gaan werken toch haar job kon blijven doen. Dat zegt het arbeidshof van Brussel. Het is de eerste keer dat een rechter de blijvende gevolgen van kanker ziet als een handicap. De rechter veroordeelde de werkgever tot het betalen van een schadevergoeding van 12.500 euro aan de werkneemster wegens discriminatie. Unia was vrijwillig tussenkomende partij.