“We hebben weer iets bereikt vandaag!” Onze regionale medewerkers aan het woord

15 juli 2021
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Alle gronden

“Anciens der anciens!” Zo stellen Katia en Annick zichzelf lachend voor. Sinds 2012 zijn ze samen hét aanspreekpunt voor lokale beleidsmakers, partners en melders die vragen hebben rond diversiteit en discriminatie in de regio West-Vlaanderen. We interviewen hen in Brugge, de uitvalsbasis van waaruit ze de vier West-Vlaamse centrumsteden ondersteunen.

    “We hebben weer iets bereikt vandaag!” Onze regionale medewerkers aan het woord

    “Unia heeft vijf regionale contactpunten in Vlaanderen”, legt Katia uit. “Annick en ik zijn de lokale ambassadeurs voor de regio West-Vlaanderen. Zo zorgen we ervoor dat West-Vlamingen op een laagdrempelige manier toegang krijgen tot de expertise van Unia en dat we de plaatselijke realiteit gemakkelijker kunnen inschatten.”

    Annick: “Er is veel werk, maar we vullen elkaar goed aan. Vaak focus ik bijvoorbeeld op de meldingen, en legt Katia de nadruk op meer beleidswerk en netwerken. We hebben dus elk onze specificiteit en focus, en vormen samen een goede tandem!”

    Hoe ziet jullie werkdag eruit?

    Katia: “Dat kan echt heel divers zijn. ’s Ochtends belt bijvoorbeeld een stadsmedewerker van Oostende omdat hij het regenboogbeleid in z’n stad wil verfijnen. Ik geef cijfers van Unia en feedback zodat hij verder kan.”

    Annick: “Intussen scan ik m’n mailbox: daarin vind ik twee meldingen waarvan ik op eentje dringend moet antwoorden. Een mama vraagt hulp, want de school in Diksmuide waar haar kindje met een handicap les volgt, laat weten dat ze het inclusief traject niet meer willen voortzetten. Ik antwoord zo snel mogelijk, dit soort beslissingen zijn erg ingrijpend voor de schoolcarrière van zo’n kindje. We willen er natuurlijk voor zorgen dat hij het schooljaar goed kan afsluiten en in september aan het nieuwe schooljaar kan starten.”

    Katia: “Ik grits intussen een koffie mee en vertrek naar een vergadering met de burgemeester van Brugge over de inplanting van een nieuwe moskee in de stad. Na de vergadering zit ik samen met de diversiteitsdienst en geef ik advies bij het uitwerken van het beleid. Ik merk dat onze kennis van het mensenrechtenperspectief en de antidiscriminatiewetgeving echt geapprecieerd wordt, en natuurlijk houden we ook rekening met wat er goed is voor de specifieke stad.”

    "We zijn er echt trots op dat West-Vlaanderen zo sterk investeert in gelijkheid en antidiscriminatie!"

    Annick: “’s Middags geven we samen een vorming aan hogeschoolstudenten Vastgoed en Verzekeringen in Kortrijk, over wat discriminatie is. We proberen dat erg concreet te maken, door specifieke meldingen bij Unia als voorbeeld te geven. De studenten stellen ook zeer realistische vragen, bijvoorbeeld over hoe ze kunnen ingaan tegen een eigenaar die wil discrimineren.” 

    Katia: “’s Avonds sluit ik nog aan bij een vergadering van de werkgroep participatie in Roeselare. We werken er een nieuw project uit rond #iedereenvanrsl waarbij we aan de slag gaan rond participatie van jongeren. Een boeiende uitdaging!”

    Gegroeide contacten en vertrouwen

    Op welke verwezenlijking op regionaal niveau zijn jullie het trotst?

    Katia: ‘“Op het feit dat de regio West-Vlaanderen vandaag zo sterk investeert in gelijkheid en antidiscriminatie. De polarisatie in onze samenleving is vandaag enorm. We merken dat het in die context niet voor elke stad even evident is om ten volle in te zetten op gelijkheid en diversiteit. Onze vier West-Vlaamse centrumsteden ontvangen ons met open armen en zoeken actief onze expertise op. Daar zijn we trots op! De investering van al meer dan tien jaar dezelfde job te doen, brengt duidelijk op: we hebben met elke West-Vlaamse centrumstad een samenwerkingsovereenkomst tot 2026 en spelen overal een cruciale rol in de uitwerking van ECCAR (de European Coalition of Cities Against Racisme, waar de vier centrumsteden deel van uitmaken, nvdr). Dat maakt me een trotse West-Vlaming.”

    Annick: “Doordat we al meer dan tien jaar in de regio werken, hebben we intussen veel contacten opgebouwd en veel vertrouwen gewonnen.”

    Wat kan er nog beter?

    Katia: “Nu focussen we noodgedwongen op de centrumsteden, waardoor je in een deel van West-Vlaanderen veel minder proactief aanwezig kan zijn. Dat heeft alles te maken met de middelen en het personeel dat we hebben, en dan moet je natuurlijk keuzes maken.”

    "We moeten nog af van het imago dat we er alleen maar zijn voor meldingen: we zijn er ook voor vragen van bedrijven, beleidsmakers, professionals, ..."

    Annick: “Ook de samenwerking met het onderwijs kan nog beter. De onderwijskoepels hebben bijvoorbeeld samenwerkingsakkoorden met Unia, maar dat sijpelt nog te weinig door naar de onderwijsnetwerken en uiteraard ook naar de scholen. Nochtans staan we zeer open voor vragen van de scholen!”

    Katia: “Inderdaad. We moeten ook af van het imago dat we er alleen maar zijn voor meldingen. We zijn er bijvoorbeeld ook voor schooldirecteurs die vragen hebben over hoe ze met diversiteit kunnen omgaan in hun school. Dat moet nog veel meer geweten zijn, zodat ook bedrijven, beleidsmakers, onderwijsprofessionals, immokantoren, politie … de weg naar Unia vinden.”

    “We hebben weer iets bereikt vandaag!” Onze regionale medewerkers aan het woord

    Werk met hart en ziel

    Welk aspect van de job doe je het liefst?

    Katia: “Ik hou ontzettend van de variatie in de job. (Annick knikt instemmend) En we werken natuurlijk voor iets waar ons hart en ziel inzitten: vaak ga ik naar huis met het gevoel ‘we hebben weer iets bereikt vandaag’.”

    Annick: “De collegialiteit binnen het team is ook zalig. We hadden laatst een teamdag met alle regionale medewerkers. Daar hadden we allemaal nood aan, want we werken rond heavy thema’s die mensen en ook de maatschappij raken: dan is het nodig om samen te komen om ervaringen uit te wisselen. We overleggen ook ongeveer twee keer per maand met alle lokale collega’s. We wisselen dan ervaringen uit over wat er in de vijf regio’s gebeurt, en dat kunnen we dan weer meenemen naar onze eigen regio. Die verbinding tussen de verschillende regio’s is echt belangrijk en daarin zijn we uniek.”

    "We merken echt dat we een verschil maken op lokaal niveau door ook lokaal aanwezig te zijn."

    Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

    Katia: “We zijn natuurlijk bezorgd over de beslissing van de Vlaamse regering om de samenwerking met Unia na 2023 niet meer te verlengen. En dan vooral omdat we willen dat de expertise die nu aanwezig is en ook erkend wordt, niet verloren gaat en dat het mensenrechtenaspect blijft bewaakt worden. Onze job is zoveel meer dan enkel meldingen behandelen, we zijn zo hard gegroeid de voorbije jaren en we merken ook dat we sterk betrokken worden in het lokaal beleid. We geloven in onze job en we merken dat we een verschil maken op lokaal niveau door ook lokaal aanwezig te zijn.”

    Annick: “We zijn ook erg trots op de provincie West-Vlaanderen, die zo hard inzet op diversiteit ondanks de gepolariseerde maatschappij. Wat er ook gebeurt in 2023, we hopen dat we op die positieve vibe kunnen verder blijven surfen en dat ze kunnen blijven rekenen op onze expertise.”

    Katia: “Bedankt aan iedereen die al jaren in ons gelooft: het is alleen door samen te werken dat we er geraken!”

    Vergelijkbare artikels

    3 september 2021

    [Opinie] Grondrechten beperken is geen dagelijkse kost

    De proefballonnetjes over een toekomstige Belgische coronapas zijn geen verrassing. Net als weerballonnen die worden opgelaten om te bepalen uit welke hoek de wind waait, volgt het ene standpunt het andere op. Waarbij om beurt de coronapas voor leraren, voor fitnesscentra of zelfs voor restaurants wordt voorgesteld. Maar de urgentie van de huidige situatie gebruiken als argument om een dagelijks gebruikte coronapas in te voeren en er frequent op te controleren, gaat vandaag niet meer op.

    15 juni 2021

    Coronacrisis drukt stevige stempel op werk van Unia

    Het coronajaar 2020 heeft zijn stempel gedrukt op de hele samenleving, en ook zeker op het werk van Unia. De uitzonderlijke omstandigheden vergrootten de kwetsbaarheid van velen en leidden ook tot extra spanningen en wrijvingen. Unia opende vorig jaar 2.189 dossiers; 11% van deze dossiers had te maken met de coronacrisis. Ook Black Lives Matter en discriminatie op de werkvloer hadden een belangrijke impact op de werking van Unia.  

    12 november 2020

    Unia neemt het op voor samen-leven, ook in tijden van coronacrisis

    De coronacrisis die ons land teistert, heeft het onderlinge wantrouwen bij de burgers aangewakkerd. “Wij constateren dat er een sterke neiging is om schuldigen of zondebokken aan te wijzen”, zegt Els Keytsman, directeur van Unia. “Een trend waar we tegen moeten ingaan. Niemand wordt daar beter van. We kunnen veel beter de talloze vormen van solidariteit ondersteunen die door de pandemie zijn ontstaan. De coronacrisis is zeker nog niet voorbij. We moeten leren leven met dit virus zonder de verbondenheid in onze samenleving kapot te maken.”  

    Blijf op de hoogte

    Wil je de activiteiten van Unia volgen? Dat kan op verschillende manieren: