Afwijken van fundamentele rechten stemt ongerust

11 augustus 2020
Actiedomein: Samenleving
Discriminatiegrond: Alle gronden

We zijn gehecht aan onze rechten. Als we van die rechten zo vanzelfsprekend kunnen genieten, staat dit los van onze maatschappelijke positie, onze afkomst, ons geslacht. We geloven nogal gauw dat deze onvervreemdbare rechten, de mensenrechten, voor immer en altijd verworven zijn. En als ze per toeval, door een oorlog of een epidemie, worden 'tussen haakjes gezet', gaan we ervan uit dat dit maar even zal zijn, en niet zonder onze duidelijke toestemming.

De coronacrisis die we doormaken toont echter aan dat het lastig balanceren is tussen onze fundamentele rechten en het algemeen belang. Het ene gaat niet zonder het andere. Alleen vallen de fundamentele rechten onder het recht, terwijl het algemeen belang verbonden is met beslissingen die de politiek neemt. Mààr het gaat wel om onze rechten, en om onze belangen.

Voor Unia, in haar rol als nationaal mensenrechteninstituut, zijn er twee belangrijke bekommernissen. Enerzijds de talloze afwijkingen van onze fundamentele rechten die we in de voorbije maanden van halve of hele lockdown hebben gezien. Anderzijds de grote verwarring rond normen die werden oplegd of veranderd op alle mogelijke niveaus.

Artikel 2 van het Europese Mensenrechtenverdrag gaat over het recht op leven. Om zijn burgers te beschermen, heeft België sommige rechten en vrijheden ingeperkt die door dat Mensenrechtenverdrag worden voorzien. Maar volgens artikel 15 van het Verdrag had ons land eigenlijk het Algemeen Secretariaat van de Raad van Europa moeten informeren over deze ingrepen. België besloot dat niet te doen. In plaats daarvan verwees ons land naar het algemene regime van het Verdrag. Volgens dat kader mogen beperkingen alleen worden gemaakt als ze noodzakelijk en proportioneel zijn: ze moeten een bepaald doel verwezenlijken zonder onze fundamentele rechten buitensporig te schenden.

Proportionele maatregelen aub

We zien nu dat een hele provincie in ons land aan een avondklok is onderworpen. Sommige gemeenten verbieden zelfs alle betogingen. Als we die ingrijpende maatregelen bekijken, denken we meteen aan de aanpak van andere landen, die toch meer in proportie is. Oostenrijk bijvoorbeeld vraagt om alleen met mondmasker te betogen, en in Denemarken worden betogers aangemoedigd om zich te laten testen op het coronavirus. Als we denken aan de vrijheid van vereniging en vergadering, is het verontrustend dat er hier algemene betogingsverboden zijn. Zulke algemene verboden vinden wij uit den boze: het is veel beter om geval per geval te beslissen.

Van de personen die beslissingen nemen, verwachten we meer voorzichtigheid wanneer ze maatregelen treffen die onze fundamentele rechten in het gedrang kunnen brengen. Het regent maatregelen op diverse niveaus, dikwijls is er onduidelijkheid over hun toepassingsgebied of over de geldende termijn; dit alles doet de vraag stellen of alle maatregelen wel echt zinvol zijn. Uit alle verwarring ontstaat een soort van 'modelburger', een man of vrouw die het virus kent en weet hoe dit te bestrijden, iemand die zijn buren morrend bekijkt wanneer ze te weinig burgerzin vertonen. Onze modelburger kent de regels en is, zeker op sociale media, weinig vriendelijk voor jongeren die de regels aan hun laars vegen, nonchalante vreemdelingen die hun krappe woning verlaten om een luchtje te happen, personen met een handicap die zich bij hun boodschappen moeten laten begeleiden.

Algemeen belang aanhalen volstaat niet

Ten gronde heeft iedereen of niemand gelijk, zoals ethicus Raf Geenens, politiek filosoof Stefan Rummens en grondwetspecialist Stefan Sottiaux terecht opmerkten in hun opiniebijdrage van 1 augustus 2020 op de website van de VRT. Onze bewindslieden moeten zeer dringend de opborrelende polarisering bedwingen. Het is niet alleen balanceren tussen fundamentele rechten en algemeen belang, ook bepaalde waarden zijn in het geding. Bewindslieden halen vaak het algemeen belang aan om eenheid en solidariteit aan te wakkeren, maar ook natuurlijk om hun beslissingen te legitimeren. Het algemeen belang is echter onvoldoende om alle maatregelen te verantwoorden die onze fundamentele rechten beperken.

Onze Belgische 'architectuur' is lastig, met een stuk centralisering en een stuk delegatie van bevoegdheden. Die architectuur kan echter niet worden ingeroepen om te rechtvaardigen dat we afwijken van onze grondwettelijke beginselen en internationale verplichtingen.

Doordachte en legitieme ingrepen

Als nationaal mensenrechteninstituut vraagt Unia om erover te waken dat inperkingen van onze mensenrechten legitiem en proportioneel zijn, in functie van het doel dat men wil bereiken. Hierbij moeten de fundamentele rechten en onze Grondwet worden nageleefd. Maatregelen moeten worden besproken met het maatschappelijk middenveld. Ze moeten ook helder worden uitgelegd aan de bevolking. Als we het vertrouwen van alle burgers willen behouden, moet erop worden toegezien dat genomen maatregelen correct worden toegepast, zonder willekeur of onrechtvaardigheid.

Het naleven van de fundamentele rechten blijft ons kompas, los van onze maatschappelijke status.

Patrick Charlier, directeur van Unia

Marisa Fella, verantwoordelijke nationaal mensenrechteninstituut bij Unia

Vergelijkbare artikels