Unia behandelde recordaantal discriminatiedossiers in 2021

23 juni 2022
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Alle gronden

De kaap van 10.000 meldingen werd in 2021 bereikt. Unia opende hierover 2.379 individuele dossiers over situaties van discriminatie, haatspraak of haatmisdrijven. "Achter deze dossiers gaan vooral 2.379 mensen schuil die zich gediscrimineerd hebben gevoeld en voor wie Unia de handen uit de mouwen steekt om oplossingen te vinden", zegt directeur Els Keytsman bij de publicatie van het jaarverslag 2021 van de mensenrechteninstelling.

De Covidpandemie heeft deze cijfers uiteraard beïnvloed, met name in 320 dossiers. Het Covid Safe Ticket en de vaccinatiecampagne leidden tot discriminatie bij de toegang tot basisrechten zoals het krijgen van gezondheidszorg en hulpverlening. Unia heeft deze problematiek in verschillende publicaties benoemd en daarbij kaders aangereikt voor betere garanties voor de eerbiediging van deze mensenrechten in tijden van crisis.

De meeste dossiers (698) hadden betrekking op huisvesting, gezondheidszorg, winkels, enz. (domein ‘goederen en diensten’). Een stijging met 23,5% ten opzichte van het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. De arbeidsmarkt volgt met 603 discriminatiedossiers. Een volledig overzicht van de domeinen waarin wordt gediscrimineerd is terug te vinden in het jaarverslag 2021 van Unia.

Hardnekkige discriminatie op de woonmarkt

Huisvesting is goed voor 45,8% van de geopende dossiers in het domein ‘goederen en diensten’. Sinds 2016 neemt dit aantal toe. De wooncrisis vergroot het discriminatierisico door het gebrek aan betaalbare en kwalitatieve huisvesting.

Kandidaat-huurders worden vooral gediscrimineerd omwille van de aard van hun inkomen. Dat is zo in bijna 41% van de dossiers. Sommige verhuurders weigeren principieel iedereen met een vervangingsinkomen. Ook al is het weigeren van mensen met een werkloosheidsuitkering, leefloon of andere sociale uitkeringen wettelijk verboden. Er moet altijd gekeken worden naar de individuele context van de kandidaat. Daarnaast behandelde Unia ook discriminatiedossiers inzake huisvesting omwille van raciale criteria (30,5%) en omwille van handicap (10,5%).

Kandidaat-huurders beseffen ook niet altijd ze gediscrimineerd werden. "Er moet dringend een beter zicht komen op de discriminatierealiteit op de privé huurmarkt. Unia is daarom verheugd over de samenwerking met verschillende Vlaamse steden die inzetten op de bestrijding van de huisvestingsdiscriminatie via correspondentie- of praktijktesten", onderstreept Els Keytsman.

Unia ondersteunde in 2021 steden en gemeenten ook door opleiding te verstrekken aan huisvestingsactoren, door mee deel te nemen aan werkgroepen of bewustmakingsinstrumenten te ontwikkelen.

Betrokken partijen vinden in een derde van de gevallen een oplossing

In de helft van de 2.584 dossiers die in 2021 werden afgesloten, werd een inbreuk op de antidiscriminatiewetgeving vastgesteld.

De mensenrechteninstelling bracht het afgelopen jaar 186 adviezen en aanbevelingen uit om discriminatieslachtoffers te helpen zich te verdedigen.

Een groot deel van de dossiers worden opgelost door in gesprek te gaan met alle betrokken: "Voor 515 slachtoffers konden we een buitengerechtelijke oplossing vinden", legt Els Keytsman uit. "We slagen erin de discriminatie te doen erkennen en te stoppen, een schadevergoeding te verkrijgen voor het slachtoffer indien de wet daarin voorziet, en elke discriminatie in de toekomst te voorkomen door structurele maatregelen te nemen. Slechts in 2% van de gevallen moest in 2021 een gerechtelijke procedure worden ingeleid (al dan niet met Unia als partij in de zaak)", aldus Els Keytsman.

Dialoog geniet dus de voorkeur maar de mogelijkheid die Unia heeft om naar de rechter stappen, zorgt er wel voor dat de betrokken partijen gemotiveerd zijn om tot een oplossing of een compromis te komen.

Vergelijkbare artikels

1 maart 2022

Waarom het belangrijk is dat gelijkheidsorganen naar de rechtbank kunnen stappen

De Vlaamse regering kiest voor een gelijkheidsorgaan met geschillenkamer die niet-bindende oordelen zal vellen als basis voor het nieuwe Vlaamse Mensenrechteninstituut (VMRI). Ze haalt daarvoor de inspiratie bij de werking van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens. Daarbij vergeet ze echter de juridische bijstand aan melders die naar de Geschillenkamer of eventueel later de rechtbank willen stappen. Dat betekent een achteruitgang van de bescherming die vandaag bestaat in België en die ook in Nederland gegarandeerd wordt door de gemeentelijke antidiscriminatiebureaus.